HH / NOS

De vraag is niet of er meer woonruimte moet komen in Utrecht, maar waar

tijd van publicatie
Geschreven door
Roel Pauw
Verslaggever

Sven van Steenis is 24 jaar oud en wil zo langzamerhand wel een keer op eigen benen staan. Hij staat al zes jaar op de wachtlijst voor een huis in Maarssen, maar woont noodgedwongen nog bij zijn ouders. Hij vindt dat er meer gebouwd zou moeten worden voor starters zoals hij.

Dit probleem doet zich in de hele provincie Utrecht voor. In IJsselstein bijvoorbeeld. Een stad met ruim 35.000 inwoners en 8000 woningzoekenden. "Als we de komende tijd 1500 huizen zouden bouwen, dan voorzien we in de behoefte van al die mensen op de wachtlijst", zegt Henny van den Heiligenberg van woningcorporatie Provides.

"Dan hebben we het nog niet eens over de toekomstige vraag en over mensen van buiten die zich in IJsselstein zouden willen vestigen. Als we dat aantal nieuwe huizen niet kunnen realiseren, zullen mensen ergens anders naartoe trekken en zal de bevolking van IJsselstein krimpen."

Er moet dus meer woonruimte komen in de provincie Utrecht. Daar is iedereen het over eens. De vraag is alleen waar? Moet dat binnen het bestaande bebouwde gebied, de zogenoemde rode contouren, of mag er ook in het groene buitengebied worden gebouwd? Deze vraag komt ook voorbij in de verschillende stemwijzers die de Utrechters kunnen helpen bij hun keuze.

Volgens Reimar von Meding is er nog een heleboel mogelijk binnen de bebouwde omgeving. Hij is als directeur van architectenbureau KAW onder meer betrokken bij bouwprojecten in de stad Utrecht. "Het lijkt vaak makkelijker om een woonwijk op een stuk landbouwgrond te zetten, maar dat is lang niet altijd het geval. Ook in het buitengebied heb je te maken met mogelijke bezwaren van omwonenden. Bestemmingsplannen moeten worden aangepast. Je moet zorgen voor wegen en andere infrastructuur. Dus al met al is de tijdswinst helemaal niet zo groot."

Reimar von Meding NOS / Roel Pauw

Volgens Von Meding is er veel winst te behalen door te bestaande woonruimte aan te passen aan de huidige behoefte. "In nog maar een derde van de huishoudens is sprake van een gezin. Dus dan heeft het niet zoveel zin om een weiland vol te bouwen met eengezinswoningen. Je kunt bijvoorbeeld beter een grote portiekflat uit de jaren '80 ombouwen tot kleinere appartementen. Daar is veel meer behoefte aan."

In Maarssenbroek wordt volgens dat principe een aantal kantoren getransformeerd tot woonunits. Hier en daar staat nog een bureau en een boekenkast die herinneren aan de vroegere bestemming. Nu wordt het gebouw verdieping na verdieping gestript en opnieuw ingericht.

In één van de torens is al goed te zien hoe het wordt: een appartement met een keukentje, badkamer, soms een balkon en heel veel glas. Volgens projectleider Gwen van Mossevelde heel geschikt voor als je net klaar bent met je studie of je eerste baan hebt. Sven van Steenis lijkt het wel wat. Hij heeft zich al ingeschreven.

STER Reclame