Auschwitz-overlevende Frieda Menco-Brommet (93) overleden

Aangepast
Frieda Menco-Brommet in Kamp Westerbork in 2004 Karel Zwaneveld / Hollandse Hoogte

Auschwitz-overlevende Frieda Menco-Brommet is op 93-jarige leeftijd overleden, nadat ze deze week thuis was gevallen. Zondag wordt ze begraven.

In september 1944 werd de Amsterdamse met haar ouders Jo Brommet en Rebecca Brommet-Ritmeester via Westerbork naar het vernietigingskamp Auschwitz afgevoerd. In die trein zat ook de familie Frank. De gezinnen woonden eerder bij elkaar om de hoek in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Ze werden ongeveer tegelijkertijd aangehouden op hun onderduikadres en meegenomen.

Menco belandde in een van de 'goede' rijen, in tegenstelling tot anderen die direct naar de gaskamer werden gestuurd, staat in een artikel in de Volkskrant dat journalist Ad van Liempt over haar schreef.

Met andere vrouwen moest ze dwangarbeid verrichten, stenen sjouwen en opstapelen. Ze raakte ondervoed en werd ernstig ziek, leed aan onder meer roodvonk, tyfus en pleuritis.

Menco-Brommet overleefde het concentratiekamp maar ternauwernood. Dat was te danken aan haar moeder, zei ze zelf. Toen Frieda met andere zieke meisjes in een barak lag, gaven haar moeder en anderen haar stiekem stukjes brood door een gat in de grond.

Anne Frank

In de ziekenbarak lagen ook Anne Frank en haar zus Margot. De zusjes Frank werden naar Bergen-Belsen getransporteerd, waar ze in het voorjaar van 1945 bezweken. Frieda's vader Jo overleefde Auschwitz niet.

In 1951 trouwde Frieda met een andere overlevende van Auschwitz, Herman Samuel Menco. Ze kregen twee zoons: Harry (1954) en Joël (1956). Het echtpaar ging later uit elkaar.

Menco-Brommet vertelde haar verhaal in documentaires en televisieprogramma's. Ook sprak ze vaak met scholieren om over haar ervaringen te vertellen. Na de oorlog speelde ze een belangrijke rol in de Joodse gemeenschap, waarvoor ze in 1991 een koninklijke onderscheiding kreeg.

STER Reclame