'We moesten voetballen met een afgehakt hoofd, om onze angsten te leren beheersen'

time icon
Bewerking NOS
Geschreven door
Koert Lindijer
Correspondent Kenia

Abdul zit iedere dag langs de kant van de weg bij het busstation, want misschien heeft iemand een baantje voor hem. Hij heeft doffe ogen, trillende vingers en vat soms zijn hoofd in beide handen, alsof het dreigt te ontploffen. Zijn leven is verknald, sinds hij zich bij de terreurgroep al-Shabaab in Somalië voegde. Hij keerde terug naar Kenia, maar daar wachtte hem opnieuw werkeloosheid. En bewoners van zijn buurt wantrouwen hem. "Ze denken dat ik nog steeds een terrorist ben", zegt hij.

Al-Shabaab is een aan al-Qaida gelieerde terreurgroep die grote delen van Zuid- en Midden-Somalië controleert. Maar de groep voert ook aanslagen uit in buurland Kenia, zoals in januari in de hoofdstad Nairobi. Toen vielen bij een aanval op het hotelcomplex Dusit 21 doden. Van de vijf aanvallers waren er drie Keniaan.

Spijtoptanten als Abdul vertellen over honderden Kenianen die bij al-Shabaab vechten en trainen. Armoede en gebroken gezinnen waren de hoofdoorzaken van hun vlucht naar de terreurgroep. "Ze beloofden me een baan als chauffeur", vertelt Abdul. "Maar ze dwongen me te gaan vechten en pas later stelden ze me aan als chauffeur op een open gevechtsauto."

Een fanatieke volgeling van de radicale islam is Abdul niet. "We dienden onthoofdingen bij te wonen. Waarna we met het afgehakte hoofd moesten voetballen, om onze angsten te leren beheersen." Abdul kon deze verschrikkingen niet meer aanzien en gaf zich over aan het Keniaanse leger, dat in 2011 Somalië binnenviel om al-Shabaab te bestrijden.

'Het was zij of ik'

Amina is een andere ex-strijder van de terreurgroep. Ze is ondergedoken in een dorpje langs de Keniaanse kust. Niemand in het dorp kent het verleden van Amina, alleen haar echtgenoot. Nadat haar ouders waren gescheiden, ging een zogeheten sugar daddy voor haar schoolgeld betalen. Hij bleek een notoire boef, zij werd in zijn bende opgenomen en ging banken en supermarkten overvallen. Toen de grond te heet onder hun voeten werd, lieten ze zich door een ronselaar van al-Shabaab overreden naar Somalië te vertrekken.

Amina heeft doden op haar geweten. Ze werd aangesteld in een vrouwenkamp om christelijke Kenianen tot de islam te bekeren. Een kwart van de Kenianen is moslim; de islam is het heersende geloof langs de kust en op de schrale savannes die zich tot aan de grens met Somalië uitstrekken.

Sommige vrouwen in het kamp waren Keniaanse sekswerkers die naar Somalië waren gelokt voor een baan. Ze strijkt haar vingers langs haar keel als antwoord op de vraag wat ze deed met degenen die weigerden. "Het was zij of ik." Na vier jaar gaf ze zich over aan het Keniaanse leger.

De laatste grote aanslag van al-Shabaab was in januari, op een hotel in Nairobi AFP

Net als Abdul veranderde Amina uit veiligheidsredenen van naam. Want er loeren nieuwe gevaren. In de afgelopen drie jaar werden 42 van al-Shabaab teruggekeerde Kenianen vermoord, meestal door de politie. Ze krijgen bij terugkeer een soort amnestie, moeten alles opbiechten en een deradicaliseringscursus ondergaan. Maar wanneer de politie een tip krijgt van burgers over een vermeende al-Shabaab-strijder in hun midden, gaan ze er met getrokken pistool op af. Mensenrechtenorganisaties spreken over standrechtelijke executies.

Een ander gevaar vormt al-Shabaab zelf. Abdul werd na zijn terugkeer in Kenia gezien als een verrader. "Op een dag ging ik naar de kapper. Er kwam een jongen binnen die op me schoot. Het kapperslaken kleurde rood. Ik overleefde, maar voel me nu opgejaagd."

Getraumatiseerd door de beelden van afgehakte hoofden, werkloos, gewantrouwd in de buurt en uitgespuugd door de samenleving. Een nieuw leven opbouwen blijkt moeilijk voor de gedeserteerde Keniaanse al-Shabaab-strijders. Of deradicalisering is gelukt, blijft daarom gissen.

STER Reclame