Stadsvogels hebben het steeds moeilijker in de stad

Aangepast
Een huismus ANP

Veel vogelsoorten die traditioneel in de stad voorkomen, hebben het moeilijk in de stedelijke gebieden. Sinds 1990 zijn de populaties van 13 van de 20 voor de stad kenmerkende vogels er afgenomen. Het gaat dan om soorten als de huismus, de kauw, de merel, de spreeuw en de Europese kanarie. De kuifleeuwerik is zelfs helemaal uit het stadsbeeld verdwenen. Het CBS en Sovon Vogelonderzoek melden dat.

Met name de stadse broedvogels doen het slecht, volgens het onderzoek. Dat zijn vogelsoorten waarvan meer dan 32 procent in de stad woont. Sinds 1990 zijn de populaties van die soorten gemiddeld met meer dan de helft afgenomen. Van zes soorten is de populatie sinds 1990 stabiel. Dat zijn de ekster, gaai, groenling, koolmees, pimpelmees en putter.

Alleen van de huiszwaluw neemt sinds 1990 de populatie toe, zowel in de stad als landelijk. Die toename volgt op een afname van ongeveer 80 procent in de decennia voor 1990. Buiten de steden groeien de populaties van sommige van deze soorten nog wel.

Gissen

Waarom de ene soort het minder goed doet dan de andere, is een beetje gissen, zegt Albert de Jong van Sovon, de vereniging die ook andere landelijke vogeltellingen organiseert. "Voor de huismus en de spreeuw is de na-isolatie van huizen en gebouwen nadelig. Zij broeden in holen en die zijn er tegenwoordig minder."

Volgens De Jong is de spreeuw ook afhankelijk van stukjes vochtig grasveld. "Maar wat we in veel steden zien is dat opener terrein ook volgebouwd wordt", zegt hij. "De trend dat we minder struiken in steden hebben, heeft weer gevolgen voor de staartmees. Die is namelijk afhankelijk van dichte struiken."

Hij maakt zich zorgen om de dalende lijn in het aantal stadsvogels, want ondanks dat er in Nederland steeds meer bebouwd wordt, gaat het met hen niet beter. "Het stedelijk gebied wordt alleen maar groter in Nederland en daarom moeten we maatregelen nemen om het leefgebied in de stad te verbeteren. Dat kan met meer groen. Dat is zowel goed voor vogels, als voor mensen."

Minder divers

Nederland bestaat momenteel voor ongeveer 16 procent uit stedelijk gebied.

Onlangs kwam de nieuwe Vogelatlas uit, waarin alle 369 vogelsoorten in Nederland worden beschreven. Daaruit bleek dat er ongeveer net zoveel vogels in ons land zijn als 40 jaar geleden, maar dat het heel andere soorten zijn en minder divers.

De enige soort die het goed doet, is de huiszwaluw HH | Ran Schols

STER Reclame