David Lynch' rauwe schoonheid te zien in Maastricht

David Lynch via een videoverbinding met L.A. NOS/Jeroen Wielaer
Geschreven door
Jeroen Wielaert
verslaggever

Bij de entree van de eerste zaal klinkt direct een sirene. De politie is gewaarschuwd en onderweg. Ze weten dat er iemand binnen is, een vreemde. Dat klopt, hij heeft het zelf gezegd, David Lynch, vreemd bij uitstek: Someone is in my house. Het is de bezorgde titel voor de expositie van de beeldend kunstenaar die wereldberoemd werd als maker van speelfilms vol onheil en de tv-thriller-series Twin Peaks.

Vanaf vandaag kan het publiek in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum binnentreden in een wereld vol van zijn duistere thematiek, vervat in tekeningen, schilderijen, foto's, aquarellen en films.

In een live-verbinding met Los Angeles kreeg Lynch de vraag gesteld hoe het zit met al die duisterheid en zijn decennialange meditaties. Met een glimlach zei Lynch: "Een kunstenaar hoeft niet te lijden om leed te laten zien. Als je mediteert kom je geluk tegen waardoor je die verhalen kunt vertellen. Je hebt een schat in jezelf. Dan komt het goud binnen en gaat al het vuil naar buiten."

Die eerste zaal is gewijd aan vroeg en vorderend tekenwerk van Lynch. Het eerst valt zijn schets van Vincent van Gogh op, duidelijk herkenbaar als een van diens zelfportretten. Hij heeft zich blijkbaar gekweld en al in het jonge hoofd genesteld van David Lynch die hem er weer uit tekende als een bebaarde man met strooien hoed. In de vitrine ertegenover valt de tekening van een vreemd gezelschap op een gazon op, een naakte vrouw en drie mannen met open gulpen, verwikkeld in orale seks met honden.

1/8 Jeroen Wielaert | NOS
2/8 Jeroen Wielaert | NOS
3/8 Jeroen Wielaert | NOS
4/8 Jeroen Wielaert | NOS
5/8 Jeroen Wielaert | NOS
6/8 Jeroen Wielaert | NOS
7/8 Jeroen Wielaert | NOS
8/8 Jeroen Wielaert | NOS

Een wand verder is een scherm te zien met zes gipsafdrukken van Lynch' eigen hoofd waar van alles omheen wordt geprojecteerd met bewegende handschoenen en ingewanden die zich vullen in een snelle caleidoscopische verschieting van kleuren, totdat de koppen beginnen te braken. Het zijn Six Men Getting Sick, een vroeg voorbeeld van hoe Lynch uiteenlopende kunstvormen samenbrengt tot een aangrijpend geheel. Het is voor het eerst dat dit bizarre zestal buiten de VS wordt getoond. Net als museumdirecteur Stijn Huijts is David Lynch er blij mee.

1/5 Jeroen Wielaert | NOS
2/5 Jeroen Wielaert | NOS
3/5 Jeroen Wielaert | NOS
4/5 Jeroen Wielaert | NOS
5/5 Jeroen Wielaert | NOS

Huijts zag de kunstwerken van Lynch in 2011 voor het eerst op een expositie in het Max Ernst Museum in Brühl, even ten zuiden van Keulen. Het paste in de koers van het Bonnefantenmuseum om geen kunst te brengen die overal te zien is, werken uit een Verborgen Canon. Lynch was al vermaard als cineast, maar zijn beeldende werk was verscholen gebleven. Hij voelde zich serieus genomen door Huijts' verzoek om een expositie, omdat hij zichzelf voor alles als beeldend kunstenaar ziet. Huijts: "Daarom was hij heel meewerkend en meedenkend."

In een zijzaaltje vertelt Lynch in een documentaire over Philadelphia, de vervallen stad die hem als kunststudent inspireerde: "Het was een soort armeluis New York. Er hing een zieke angst in de lucht. Hoewel ik er in angst leefde, was het toch spannend om in Philadelphia te zijn."

Op de wandeling over de expositie is het een behoorlijke opgave om niet aan Lynch' eigen films te denken. De afbeeldingen, hun sfeer en samenhang laten vol stijlverschil allerlei vormen van duisternis, mismaaktheid en verval zien. Het geheel verhaalt over passie voor de donkerheid van het bestaan. Met doorbreking van alle grenzen is het met kots en al een vertoning vol harde, rauwe schoonheid.

Zo gaat het door tot de slotzalen met de enorme driedimensionale panelen vol voorstellingen waarin kinderlijke puurheid contrasteren met helse wreedheid. Het is het universum van Lynch dat boven zijn films gaat.

STER Reclame