Nederlanders overschatten eigen sportiviteit

Hollandse Hoogte | Berlinda van Dam

Een deel van de Nederlanders denkt dat ze voldoende bewegen, maar haalt toch de beweegrichtlijn niet. In de leefstijlmonitor van onderzoeksbureau I&O Research geeft 68 procent van de ondervraagden aan dat ze genoeg bewegen, maar slechts 42 procent voldoet daadwerkelijk aan de richtlijn. Dat komt overeen met de schatting van 45 procent die het RIVM vorig jaar maakte van het aantal mensen dat voldoende beweegt.

Volwassenen moeten volgens de richtlijn wekelijks 2,5 uur matig tot zwaar intensief bewegen. Ook zouden ze minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten moeten doen. Onder die laatste categorie vallen activiteiten waarbij het lichaam met het eigen gewicht wordt belast, zoals bijvoorbeeld traplopen of wandelen.

I&O Research vroeg afgelopen zomer 4375 mensen naar hun sportgedrag. Volgens het onderzoeksbureau zijn de resultaten representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking.

Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de Nederlanders wel aan sport doet. Bijna twee derde sport minstens twaalf keer per jaar en wordt daarmee tot de sporters gerekend. Vooral vrijetijdssport (hardlopen, wandelen, fietsen en vissen) wordt veel gedaan (58 procent), net als fitness (38 procent), watersport (18 procent) en balsport (16 procent).

Meer vrouwen dan mannen voldoen aan de beweegrichtlijn: 47 tegen 36 procent. Hoe zwaarlijviger iemand is, hoe lager de sportiviteit, blijkt uit de onderzoeksresultaten. De meeste mensen sporten het liefst alleen en niet in clubverband.

STER Reclame