Enorme reliekschat in kaart gebracht

time icon Aangepast

Door redacteur Lambert Teuwissen

De hamer waarmee Sint Maarten de duivel persoonlijk om zijn oren sloeg, de schedel van de heilige Engelse koning Oswald en de wurgdoek waarmee de onfortuinlijke Cunera om het leven werd gebracht. Het zijn objecten die in de Middeleeuwen op hoogtijdagen aan de gelovigen werden getoond in gouden ostensoria.

Maar sinds ze in de Reformatie naar de achtergrond verdwenen, werd eigenlijk ook vergeten dat in Utrecht misschien wel de grootste reliekschat van Nederland verstopt ligt.

Nu is de schat van de oud-katholieke Gertrudiskathedraal voor het eerst helemaal in kaart gebracht. Kunsthistorica Anique de Kruijf reconstrueerde ook de intrigerende weg die de bijna 1700 relieken hebben afgelegd sinds de Middeleeuwen. Zij promoveert vrijdag op het monnikenwerk.

Zwartgeblakerd

De oorsprong van de schat ligt in de zestiende eeuw. Protestanten plunderden kerken en vertrapten de heilige relikwieën. "Het was natuurlijk sowieso een moeilijke periode voor katholieken, maar dat al dat erfgoed en zeker ook dat heilige materiaal verloren ging, dat moet verschrikkelijk zijn geweest", denkt De Kruijf.

Gelovigen deden er alles aan de relieken te beschermen. Ze werden verstopt, in bewaring gegeven bij leken thuis of geëvacueerd naar steden waar de Reformatie nog geen grip op had, zoals Keulen. Hoe nipt de redding soms was, wordt bewezen door het feit dat sommige van de bewaarde relieken zwartgeblakerd zijn.

Ook het feit dat er nauwelijks dure reliekhouders in de schat van Utrecht zitten, toont aan hoe gehaast men te werk moet zijn gegaan. "De echt mooie houders zijn er niet meer, die zijn omgesmolten of geconfisqueerd door de protestanten."

Schuilkerk

De haast bemoeilijkte het onderzoek van De Kruijf. Een boekhouding werd niet bijgehouden. Daar was geen tijd voor, maar men wilde waarschijnlijk ook geen sporen achterlaten. "Als er geen bijschriftje bijzit, dan heb je geen heiligennaam en kun je niet gaan zoeken. Dan blijft het vaak bij voorwerpen die voor de geschiedenis heel belangrijk moeten zijn geweest, maar nu alleen nog maar aantrekkelijk zijn voor het oog. En vaak zelfs dat niet eens."

Toen de rust in de Nederlanden weer was teruggekeerd, kwamen de relikwieën in de schuilkerk terecht die de voorloper was van de Gertrudiskathedraal. "Het is wel logisch dat er voor Utrecht gekozen werd, omdat dat van oudsher de zetelstad van de Rooms-Katholieke Kerk in ons land is. Het is dus begrijpelijk dat het hier ligt."

Schoenendoos

Ironisch genoeg ging de schat toch verloren voor de Rooms-Katholieke Kerk toen de Gertrudiskathedraal zich na een conflict afscheidde van de moederkerk en als oud-katholiek verder ging.

Omdat er binnen de oud-katholieke kerk minder nadruk lag op de verering van heiligen, verdwenen de relieken uit zicht. "Zij passen de relieken niet toe in de misviering, dus ze blijven altijd in het altaar en wordt niet gebruikt." De schat werd min of meer ad hoc opgeslagen in het altaar: in houten kisten, een aardewerken pot en zelfs een schoenendoos en een sigarendoosje.

Enkele topstukken werden uitgeleend aan het Museum Catharijneconvent, zoals de hamer van Sint Maarten en de wurgdoek van Cunera. Wat achterbleef waren vaak kleinere fragmenten: wat gruis dat van de kribbe zou zijn, een steentje van de bloedakker, botfragmenten van Cecelia, Hubertus en Polycarpus.

Ook zijn er botten van de martelaren van Gorcum, symbolisch voor de schat, omdat die tijdens de strijd met de protestanten omgebracht waren.

Mysterieus

De Kruijf heeft een aantal favorieten in de collectie, zoals de wurgdoek van Cunera. Die jonge vrouw overleefde als enige de fatale bedevaart van de elfduizend maagden. Ze vond onderdak bij de Friese koning Radbout, maar werd door zijn jaloerse echtgenote alsnog vermoord.

"Niet alleen spreekt haar hele levensverhaal tot de verbeelding, ze is ook nog eens een oer-Hollandse heilige. Ze is gestorven in Rhenen en daar ontstond een hele verering om haar heen. Elke Nederlander zou daar een gevoel bij moeten hebben."

Ook de hamer van Maarten vindt ze fascinerend. Een steen die al door de heidenen moet zijn vereerd, gevat in een zilveren handvat uit de Middeleeuwen. "Het was een belangrijk reliek in Utrecht , maar we weten er eigenlijk niks over. We weten niet waar het in de reformatietijd is geweest, wie het onder zijn hoede heeft gehad of hoe hij toch weer bij deze schat is aanbeland. Ergens rond het midden van de zeventiende eeuw is die hamer er weer opeens. Dat maakt het toch wel een beetje mysterieus."

Middeleeuwse helden

De Kruijf noemt het belangrijk dat de belangrijkste heiligen die in Utrecht werden vereerd in de Middeleeuwen, de weg weer teruggevonden hebben. Niet alleen de hamer, maar ook relieken van Willibrord, de stichter van het bisdom, missionaris Bonifatius en de heilig verklaarde bisschop van de stad, Benignus zijn weer in de stad.

"Hoewel ze ook verspreid zijn geweest over verschillende plaatsen om ze te beschermen, zijn die echte middeleeuwse helden uit Utrecht er toch weer teruggekomen."

Anique de Kruijf - Miraculeus Bewaard - Walburg Pers - ISBN: 9789057307256

STER Reclame