Onderwijsbesturen moeten uitgaven Haags geld verplicht uitleggen

Aangepast
Onderwijsbesturen worden verplicht openheid te geven Jeroen van Eijndhoven/NOS

Besturen in het onderwijs worden verplicht openheid te geven over wat ze precies met het geld van de overheid doen. Onderwijsbesturen zijn nu niet verplicht om hun jaarverslagen openbaar te maken. Ook is niet helder hoeveel geld de individuele scholen krijgen van hun onderwijskoepel.

De onderwijsministers Van Engelshoven en Slob willen daar snel verandering in brengen, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer. Schoolleiders, ouders, medezeggenschapsraden en leraren moeten weten hoeveel overheidsgeld besturen zelf gebruiken en hoeveel geld in een reservepot terecht komt.

Overheadkosten

In de Tweede Kamer groeit de kritiek op onderwijsbesturen, de instellingen die eens zijn opgericht om individuele schooldirecteuren te helpen met gezamenlijke huisvesting, personeelszaken en huisvesting. De Rijksoverheid geeft het onderwijsgeld aan de onderwijsbesturen en die bepalen hoeveel er naar hun scholen gaat.

Sommige Kamerleden vinden dat besturen teveel geld uitgeven aan kantoren, overhead en personeelskosten. Daardoor is er minder geld voor de scholen zelf, zoals hogere salarissen, meer personeel of kleinere klassen.

Veel managers in onderwijs

In het onderwijs werken naar verhouding meer managers dan in andere sectoren. Van alle docenten op het voortgezet onderwijs heeft 6,5 procent een managementfunctie, in het primair onderwijs is dat 7,8 procent. Ter vergelijking: in het hoger onderwijs is slechts 3,7 procent manager. Dit blijkt uit de jaarlijkse onderzoek (2016) van adviesbureau Berenschot onder 250 onderwijsinstellingen. Berenschot is met de sector bezig met het ontwikkelen van een betere benchmark.

De kosten van de totale overhead binnen het voortgezet onderwijs, bedroegen in het schooljaar 20,1 procent van het totale budget. De overhead is het deel van het budget dat niet naar het onderwijs zelf gaat maar naar zaken als het management of facilitaire zaken. Dit blijkt uit een onderzoek naar de overhead in het voortgezet onderwijs onder 36 onderwijsbesturen met in totaal 231.732 leerlingen.

Een oorzaak van de grote overhead is dat het onderwijs, met name het basisonderwijs, veel locaties heeft met kleine onderwijsteams.

De ministers willen niet dat "de maatschappij het vertrouwen in het onderwijsstelsel" verliest. "Daarom is het cruciaal om goed te laten zien wat je met het geld doet en waarom. Bij vertrouwen hoort verantwoording", zegt minister Van Engelshoven.

Regeringspartij D66 wil de invloed van onderwijsbesturen fors inperken door scholen weer direct geld te geven. "We moeten weg van die grootschaligheid. Het is te ver doorgeschoten", zei D66-Kamerlid Van Meenen in juni dit jaar tegen de NOS.

Het voorstel van D66 gaat het kabinet nu te ver. De ministers willen vasthouden aan de zogenoemde lumpsum. Dit betekent dat besturen - niet de Rijksoverheid - bepalen waar ze hun geld precies aan uitgeven. Het kabinet wil niet dat iedere individuele school bij het ministerie aanklopt voor salarissen, schoolboeken, ICT-middelen of extra personeel.

Transparantie

"De tijd dat het ministerie alle bonnetjes moest betalen, was ook niet alles", zei minister Slob vorig jaar december tijdens het debat over de begroting. Maar er moet veel meer transparantie zijn, vinden de ministers. Ook de Onderwijsraad gaf dit advies, die vreest voor het dalende niveau in het Nederlandse onderwijs.

De besturen moeten dus openbaar maken hoe ze het geld precies over de scholen verdelen en wat daar de reden van is. Ook wordt het mogelijk om gegevens van verschillende scholen te vergelijken. Een schoolleider kan het bestuur dan vragen waarom een vergelijkbare school meer geld krijgt.

Verder wordt een website gelanceerd waar de jaarverslagen van besturen vergeleken kunnen worden. "Met de lumpsum hebben scholen veel vrijheid", zegt minister Slob. "Daarvoor mag publieke verantwoording over de publieke middelen terug verwacht worden."

STER Reclame