Shell en Unilever blijven voor afschaffing dividendbelasting

Dividendbelasting ANP

Shell en Unilever blijven voorstander van de afschaffing van de dividendbelasting, ook al lijkt die nu op losse schroeven te staan. De twee bedrijven hebben al meer dan tien jaar bij de overheid aangedrongen op de afschaffing.

Premier Rutte maakte vanmiddag bekend de afschaffing te "heroverwegen" nu Unilever het plan om naar Nederland te verhuizen terugtrekt.

Of dat kabinetsbesluit nog invloed heeft op nieuwe plannen van Unilever wil het bedrijf niet zeggen. "Wij beraden ons nog op de volgende stappen en nemen alles daarin mee", laat een woordvoerder weten.

"Het is in zoverre relevant, dat onze visie op de afschaffing van de dividendbelasting blijft bestaan. We hebben altijd gezegd dat dat belangrijk voor ons is, voor het vestigingsklimaat in Nederland, en voor een gelijk speelveld."

Ook Shell wil nog steeds dat de belasting wordt afgeschaft. "De positie van Shell is onveranderd", zegt een woordvoerder. "We hebben de afgelopen dertien jaar consequent benadrukt dat dit belangrijk is voor de concurrentiepositie van Nederland en Shell."

Beleggers

De Nederlandse beleggersvereniging VEB is beter te spreken over het besluit van Rutte om de plannen te heroverwegen. "Er zijn meerdere mogelijkheden om het geld dat nu vrijkomt goed te besteden", aldus directeur Paul Koster.

Hij wijst op andere mogelijke maatregelen die het kabinet nu kan nemen en die volgens hem ook goed zijn voor het vestigingsklimaat in Nederland. "Investeer in onderwijs, de bereikbaarheid van steden en de verlaging van de vennootschapsbelasting."

Mogelijk zijn daar wel aanpassingen van de regels voor nodig, omdat inkomsten uit de dividendbelasting bijvoorbeeld niet zomaar in onderwijs geïnvesteerd kunnen worden.

'Minder bescherming'

Eumedion, de vereniging voor institutionele beleggers, hoopt dat het kabinet nu ook een ander voorstel heroverweegt: een voorstel van voormalig minister Kamp om bedrijven in Nederland beter te beschermen tegen activistische aandeelhouders en vijandige overnames. Door dat voorstel krijgen bedrijven tot 250 dagen bedenktijd om alle voor- en nadelen van een dreigende overname te kunnen overzien.

"Wij hebben altijd gezegd dat het kabinet verkeerde prioritering heeft aangebracht", zegt Rients Abma, directeur van Eumedion. "Het wilde beursgenoteerde bedrijven beter beschermen, en tegelijkertijd beleggers paaien door de dividendbelasting af te schaffen. Maar voor beleggers is dat eerste punt veel belangrijker dan het tweede."

Hij heeft zijn hoop nu gevestigd op coalitiepartij VVD. "Ik vermoed dat de VVD altijd al tegen die bedenktijd was. En dat de partij de afschaffing van de dividendbelasting daarvoor in ruil heeft gekregen. Hopelijk zegt de VVD nu dat die bedenktijd ook heroverwogen moet worden."

STER Reclame