Prinsjesdag zou beter Parlementsdag kunnen heten

ANP
Geschreven door
Piet van Asseldonk
redacteur Koninklijk Huis

Dinsdag is het weer zover: Prinsjesdag. Vaak wordt die dag betiteld als 'het feest van de democratie'. Wie kijkt naar het uiterlijk vertoon ziet op deze dag echter ook 'een feest van de monarchie'. Op de derde dinsdag van september strijden democratie en monarchie om de voorrang.

Niettemin is dat schijn. Sinds in 1848 de macht van de koning door de grondwet ten gunste van de gekozen volksvertegenwoordiging beslissend werd gekortwiekt, draait het op Prinsjesdag om de door het parlement te beoordelen regeringsplannen voor het komende jaar. Het echte feest van de monarchie is Koningsdag.

Inhoudelijk gezien zou Prinsjesdag daarom beter 'Parlementsdag' kunnen heten. Daarmee zou je een traditie van ruim twee eeuwen - zolang kennen we Prinsjesdag al - weggooien. Niemand pleit daar, in een toch al niet zo met nationale tradities en politieke rituelen begiftigd land als het onze, op dit ogenblik voor.

'Waardevolle traditie'

Een voorzichtige poging daartoe bij de grondwetswijziging van 1983 leed schipbreuk. De toenmalige grondwetscommissie concludeerde uiteindelijk "dat de jaarlijkse ontmoeting tussen volksvertegenwoordiging en koning een waardevolle traditie is die gehandhaafd dient te worden". Overigens is toen wél vastgelegd dat Prinsjesdag niet langer de opening van een nieuw parlementair jaar behelst. De volksvertegenwoordiging behoort als hoogste macht van het land immers permanent 'in functie' te zijn.

Het traditionele vertoon op Prinsjesdag is dus gebleven. De koning rijdt in een koets, omringd door militairen, langs een juichende menigte van zijn paleis naar de Ridderzaal. Daar ontvouwt hij ten overstaande van de toegestroomde en feestelijk uitgedoste volksvertegenwoordigers en andere autoriteiten de regeringsplannen voor het komende jaar.

Vervolgens wordt hij door de aanwezigen, na de aanhef van het "leve de koning", met een driewerf "hoera" bejubeld. Eerbiedig uitgeleid gaat de koning daarna terug naar zijn paleis om zich vanaf het bordes nog eens te laten toejuichen.

Zo ging dat vorig jaar:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Prinsjesdag: van rijtoer tot balkonscène

Hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen en haar collega Jan Ramakers hebben de ontwikkeling die Prinsjesdag in de loop der tijden heeft doorgemaakt in kaart gebracht. Ze stellen vast, dat er sinds 1815 "op het eerste gezicht in het ritueel van Prinsjesdag niet zo heel veel veranderd is", maar geven aan dat deze schijn bedriegt.

Het Prinsjesdag-beeld dat een machtige koning komt vertellen wat er te gebeuren staat, klopt al lang niet meer. De werkelijkheid is dat hij 'slechts' te gast is in een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer. De Troonrede die hij daar mag/moet uitspreken is niet door hem, maar door de ministers geschreven.

Zodra diens eerbiedig aangehoorde rede geklonken heeft, komen politici van Zijne Majesteits regering en oppositie uit de coulissen van de Ridderzaal te voorschijn. Zij fileren de koninklijke woorden. Het politieke handwerk van de gekozen volksvertegenwoordigers, die in het land de dienst uitmaken, bepaalt de uitkomst van Prinsjesdagplannen.

Spagaat

Carla van Baalen en Jan Ramakers wijzen op "de spagaat" waarin de constitutionele monarch tegenwoordig verkeert en menen dat Prinsjesdag dit mooi illustreert. Ze schrijven: "De functie van de koning is ingebed in een democratisch bestel, maar van tijd tot tijd moet ook het sacrale karakter van het koningschap worden benadrukt."

Op Prinsjesdag krijgt de sacrale kant van de koning ruimte en op Koningsdag wordt "de gewoonheid" van de koning en de "geringe afstand tussen vorst en onderdaan" geaccentueerd. Maar in allebei de gevallen moet je een beetje door de 'kleren van de koning' heen kijken.

STER Reclame