Nieuwe onderwaternatuur bij windparken op zee

Impressie van oesterbanken en rifballen met zeeleven bij windmolenparken Natuur & Milieu
Geschreven door
Heleen Ekker
redacteur Binnenland

De komende jaren komen er honderden windmolens op zee bij. Het wordt door ecologen en stichting Natuur & Milieu gezien als een unieke kans om nieuwe natuur onder water te ontwikkelen. Vissers zijn een stuk minder enthousiast.

Het gaat om een project van Natuur & Milieu en Stichting De Noordzee, in samenwerking met Van Oord, Eneco en de ASN Bank. Dit najaar worden aan de voet van het windpark Luchterduinen grote zogenoemde rifballen en oesterkooien op de bodem van de zee geplaatst.

Kijk hieronder voor een uitleg over hoe nieuwe oesterbanken moeten gaan groeien:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'We willen uiteindelijk op zee grote oesterbanken terug'

De kooien hebben verschillende typen ondergrond, om te onderzoeken waar oesters zich het beste op hechten. Met de onderzoeksresultaten moet een blauwdruk worden ontwikkeld die kan worden gebruikt in alle toekomstige windparken op de Noordzee, vertelt Dorien Akkerman van Natuur & Milieu. "Er komen steeds meer windmolens bij. Daartussen mag niet met sleepnetten over de bodem worden gevist. Er ontstaat daardoor een gebied dat met rust wordt gelaten, waardoor het een perfecte plek is om de natuur te versterken." De oesters zorgen op hun beurt weer voor allerlei ander zeeleven, denken de initiatiefnemers.

Onderzoek naar ontwikkeling zeeleven bij windmolenparken op zee Natuur & Milieu

Wouter Lengkeek, die als ecoloog meewerkt aan het project, vertelt dat de Noordzee vroeger een grotere soortenrijkdom had en ook een betere waterkwaliteit. Het water was helderder, omdat de oesters het water zuiverden.

"De oesterbanken die vroeger veel in de Noordzee lagen, bevatten niet alleen oesters, een soort die er nu niet meer is, maar ze vormden ook een rif op de Noordzeebodem. Ook iconische soorten zoals de kabeljauw en de zeebaars leven graag tussen zo'n rif. Vooral de jonkies. Het rif vormde kraamkamers en het geeft schuilplaatsen."

Dit wordt bevestigd door de Wageningse hoogleraar Tinka Murk. Ze is niet betrokken bij het project, maar reageert enthousiast. Wel zou ze nog een stap verder willen gaan. "Ik zou de natuur een kickstart willen geven en willen zorgen dat er ook weer dieren kunnen leven die voor vissers interessant zijn."

Alsof je met een bulldozer konijnen op de Veluwe gaat vangen.

Tinka Murk

Binnen een windpark moet je inderdaad niet vissen, zegt ze. Maar er zou nog meer afwisseling aangebracht moeten worden op de bodem van het park. "Daardoor kunnen ook kreeften, noordzeekrabben en kabeljauwen huisvesting en voedsel vinden. Aan de rand van het windpark kun je dan vissen, zonder dat de bodem kapot gaat."

In zee gaat het volgens Murk nu zoals het duizenden jaren op land ging. "Jagers en verzamelaars haalden toen voedsel van het land en nu halen ze het uit zee. Maar het gaat nogal grof. Als je platvissen wil vangen met een boomkor, dan schraap je de bodem stuk. Alsof je met een bulldozer konijnen op de Veluwe gaat vangen."

In plaats daarvan zou je net als in de landbouw akkers moeten aanwijzen, visakkers, en andere gebieden meer met rust moeten laten. "Op andere plaatsen is er dan natuur, want de natuur is nodig voor een gezonde zee."

Droom najagen

Maar veel vissers zijn niet blij met het nieuwe project. Ze geloven er niets van dat windmolenparken kunnen zorgen voor meer vissoorten. Job Schot van de landelijke actiegroep van vissers Eendracht maakt Kracht verwijt de initiatiefnemers dat er een droom wordt nagejaagd, die nooit werkelijkheid zal worden.

Hij verwijst naar onderzoeken die volgens hem iets anders zeggen. Het enige wat er nu nog groeit is een mossel en een oester, stelt hij. "Daar zitten wij als visserman niet op te wachten."

De vissers zijn dan ook tegen de groei van windparken op de Noordzee. "Wij zitten ermee opgescheept, met de windmolenparken. Het is alsof de duvel ermee speelt. Op onze beste visgronden worden de meeste windmolenparken gebouwd."

Natuur & Milieu heeft berekend hoeveel windmolens er in 2030 in de Noordzee zullen staan. Om aan de Parijse klimaatdoelen te kunnen voldoen gaat het volgens de milieuorganisatie om ongeveer 1750 windturbines, circa zes keer meer dan nu.

Op dit moment wordt er met bijna 300 windmolens ongeveer 1 gigawatt opgewekt, waarmee je een miljoen huishoudens van stroom kunt voorzien. Nieuwe molens zijn groter en wekken meer energie op. Tussen nu en 2023 komen er ongeveer 350 turbines bij (3,5 GW), dat is afgesproken in het Energieakkoord. Voor de periode daarna is gekeken naar afspraken van het kabinet in de zogenoemde Routekaart Wind op Zee. Daaruit volgt dat er nog 700 molens bij komen.

Maar om echt aan de Parijse klimaatafspraken te kunnen voldoen, zijn er volgens de berekeningen van Natuur & Milieu nog eens 700 turbines nodig.

Hoeveel het kost om het plan toe te passen is onderzocht door Bureau Waardenburg, een milieu-adviesbureau. Het gaat om een bedrag van acht ton per windpark, verspreid over vijf jaar. Maar, stelt Natuur & Milieu, dit zijn geen kosten die boven op de ontwikkeling van een windpark komen.

Dorien Akkerman denkt dat hiermee de kosten juist naar beneden kunnen. "De overheid verplicht nu al om bij de bouw van windparken iets te doen aan het versterken van de natuur. Dus onze blauwdruk biedt alleen maar kansen, dat niet het wiel steeds opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Wij willen beschrijven wat het beste werkt. Het kan dus alleen maar de kosten drukken. En het moet toch."

STER Reclame