De Eemsmonding op de grens van Nederland en Duitsland Bert Spiertz

Een nieuwe stap in de strijd tegen slib in de Eems-Dollard. Rijkswaterstaat gaat samen met Duitse onderzoeksinstituten meten hoe troebel het water is. Zo kan gekeken worden of maatregelen die zijn genomen, zoals de kleirijperij, effect hebben op de waterkwaliteit.

Rijkswaterstaat is al een tijd bezig om de hoeveelheid slib in het water terug te brengen. Het slib leidt ertoe dat het water vertroebelt, waardoor planten en dieren in het water minder goed kunnen groeien. Zo remt het troebele water de groei van algen, die belangrijk zijn voor alle planten en dieren in het gebied.

Het slib komt in grote hoeveelheden voor in de Eems-Dollard door verschillende menselijke aanpassingen. De scheepvaartroutes naar de Eemshaven en de havens van Delfzijl en Emden zijn in de loop der eeuwen zo ver uitgediept dat er bij vloed meer slib de zeearm instroomt.

Ook zijn de laatste decennia kwelders rondom het water verdwenen, waardoor er een steeds kleiner oppervlak ontstaat waarop het slib kan neerdalen.

Van slib naar klei

Eerder dit jaar opende in Groningen de eerste kleirijperij. Daar wordt baggerslib bewerkt tot klei, om dijken te verbeteren en het land te verhogen. Slib uit de Eems-Dollard omzetten in klei heeft verschillende voordelen: de waterkwaliteit verbetert en er komt klei voor dijkversterking en ophoging van landbouwgrond beschikbaar.

Tien meetframes

Rijkswaterstaat stelt nu een meetsysteem in om bij te houden hoeveel slib zich in het water bevindt. Op de bodem van de Eems-Dollard zijn tien meetframes geplaatst die drie weken lang op verschillende dieptes troebelheid, zout en stroomsnelheid meten.

Ook worden er vanaf schepen metingen gedaan. Vanaf vandaag gaan er gedurende een hele getijcyclus van 13 uur acht schepen varen.

STER reclame