Mathieu Hermans in 1989
NOS Wielrennen

Hoe Mathieu Hermans de Vuelta naar zijn hand zette

  • Arthur Huizinga

  • Arthur Huizinga

De Nederlandse wielerfans mogen zich dit jaar nog een keer verheugen op drie weken spektakel in de Vuelta. Wie met een oranje bril naar de Giro en de Tour heeft gekeken, werd verwend met fraaie sprintzeges, machtige tijdritzeges en Nederlanders in de top van het klassement. En als de voortekenen niet bedriegen, belooft ook deze editie met Wilco Kelderman, Steven Kruijswijk en Bauke Mollema weer heel veel moois. Dat is weleens anders geweest.

In de jaren 80 was de Vuelta vooral een Spaans feestje, waar aanvallers en klimgeiten victorie kraaiden. De Spaanse rittenkoers werd toen nog verreden tussen Giro en Tour en kreeg bij gebrek aan Nederlandse deelnemers nauwelijks aandacht in de vaderlandse media.

Tot ene Mathieu Hermans, een relatief onbekende Brabander in Spaanse dienst, in 1988 opeens zes ritten won in de Vuelta. "Ik kreeg een contract als veldrijder in Baskenland, leerde 100 woorden Spaans uit mijn hoofd en ging."

Hermans heerst in Vuelta-sprints

Tegenwoordig is Hermans nog altijd actief in het wielrennen. Als ambassadeur voor een Vuelta-start in Utrecht. Maar nog meer als vertegenwoordiger van Bioracer, een fabrikant van fietskleding. We bellen Hermans op het vliegveld van Monaco, waar hij de hele middag besprekingen heeft gehad met de Colombiaanse toprenner Rigoberto Urán over diens eigen kledinglijn. Ook een erfenis van zijn imposante status in het Spaanse wielrennen.

Amper 21 jaar was Hermans, toen hij vertrok. "Ik begon als veldrijder en reed bij de junioren een paar goede resultaten bij elkaar. In 1981 werd Hennie Stamsnijder wereldkampioen in het Baskische Tolosa. De mensen houden daar van de cross, alleen reden de Spanjaarden geen deuk in een pakje boter."

"Drie jaar later werd ik zesde bij het WK voor amateurs in Oss en nodigden ze me uit om in Baskenland mee te doen met trainingen met de Spaanse veldrijders. Ik reed ook een paar veldritjes in de buurt en kreeg vervolgens een contract. Als veldrijder. Ik ging wonen bij de organisator van die veldritten in het dorpje Astigarraga. Zo werd ik al snel opgenomen in de gemeenschap."

'Over de ETA praat je niet'

In 1985 is Baskenland nog het strijdtoneel van de Baskische afscheidingsbeweging ETA, berucht om zijn bomaanslagen op Spaanse doelwitten. Ook Hermans kreeg de gevolgen mee van de onafhankelijkheidsstrijd. "Bij trainingsritten kwamen we vaak wegblokkades tegen. Daar leerde ik al snel dat je altijd moet stoppen en geen vragen moest stellen. Dan kon je ongestoord verder. Ik heb ook wel eens middenin een opstootje met de politie gezeten. Dan moest je echt rennen."

Gemaskerde leden de ETA verkondigen in 1982 dat ze hun strijd zullen voortzetten

"Destijds werd de politiek eigenlijk doodgezwegen. Niemand wist wie je tegenover je had en aan welke kant die stond. Dus werd er gezwegen. Later heb ik bij mensen thuis nog raketwerpers en ander wapentuig bekeken. De regio zit vol met van die privémusea over de strijd van de ETA. Maar niemand zal je ooit vertellen waar precies."

Geen gemakkelijke omgeving voor een jonge wielrenner, maar voor het thuisfront was het natuurlijk nog moeilijker. "Sommige renners durfden niet naar Baskenland. Mijn moeder ook niet, al had ze geen idee van al die toestanden."

Na zijn eerste seizoen in het veld probeerde Hermans het ook op de weg. En wat bleek, er zat een meer dan behoorlijke sprint in zijn dijen. "Destijds was er elke week wel een etappekoers in Spanje. En ik mocht meteen aan de bak in de Vuelta. Ik was toen een van de weinige Nederlanders in die koers. Het was afzien, vooral afzien. Maar ik heb toen de ronde wel uitgereden."

Wat heet. In zijn eerste Ronde van Spanje in 1985 eindigt Hermans op een respectabele 67ste plaats. Veel te hoog natuurlijk. Wie sprints wil winnen in een grote ronde, moet onderweg niet onnodig afzien. Toch eindigt Hermans een keer als derde in de massasprint. En na de slotrit is het feest bij de ploeg, want zijn kopman Pedro Delgado - die ook de latere dopingarts Eufemiano Fuentes meenam naar de ploeg - is eindwinnaar.

Erwin Nijboer en Mathieu Hermans in koers

Terwijl Hermans de sprintzeges aaneenrijgt in Spaanse rondjes als de Ronde van Aragon en de Ronde van Valencia, wil het nog niet lukken in de grote ronden. "Je wordt altijd tweede, zeiden ze. Maar ik krijg ook nooit hulp, antwoordde ik."

Adjudant

De hulp komt in de vorm van een Twentse tempobeul met blonde stekels. Erwin Nijboer is zijn naam, ook een begenadigd veldrijder bij de junioren. "De bondscoach kende Erwin van de trainingsmiddagen en stelde hem voor in Baskenland. Zo kwam hij bij de ploeg. Eerst nog als amateur, dat wel. Erwin was super, supersterk."

Nijboer werd Hermans' trouwste adjudant. Delgado was vertrokken en met de taaie Bask Marino Lejarreta als kopman werd een echte klimmersploeg opgetuigd voor het Spaanse klimwerk. Ook Hermans kreeg steeds meer hulp van landgenoten als Peter Arntz, René Beuker en Huub Kools. "We vormden een soort enclave voor de klassiekers. Wij hielpen de klimmers een beetje op het vlakke. En in de finale mochten we voor onze eigen kans gaan. Dat ging eigenlijk best goed."

Mathieu Hermans met zijn kopman Marino Lejarreta

In 1988 viel alles op zijn plaats voor Hermans. "In het seizoen ervoor had ik twee keer mijn sleutelbeen gebroken, eerst in de Tour en daarna nog een keer in de Giro. Daar heb ik heel veel last van gehad en daarom besloot ik om in de winter geen veldritten te rijden. Waarschijnlijk heeft dat mij geholpen."

In maart had Hermans al negen overwinningen achter zijn naam staan, waaronder vier van de zes ritten in de Ronde van Murcia. En toen moest de Vuelta nog beginnen.

Die Vuelta begon met een drieluik op het eiland Tenerife. Maar eenmaal op het Spaanse vaste land was het meteen raak voor Hermans. En dat was nog maar het begin. "Vooraf had ik zeven ritten aangekruist", aldus Hermans. "Uiteindelijk won ik er zes."

Vallen en winnen

De zege in de slotrit naar Madrid ("toch een beetje de Champs-Élysées van Spanje") noemt Hermans achteraf zijn mooiste. De opmerkelijkste is zonder enige twijfel de zestiende rit met aankomst in Albacete, de enige zege die niet tot stand komt in een massasprint.

"In Spanje zijn ze gek op aanvallen. Die dag stond er een behoorlijke wind en ik besloot om stiekem mee te schuiven. Toen Erwin dat zag, reed hij in zijn eentje het gat dicht. Zo zaten we met z'n tweeën in de kopgroep."

De zege kan Hermans eigenlijk niet ontgaan. Tot hij in de straten van Albacete opeens op de grond ligt.

Vuelta 1989: Hermans valt en wint toch

"Ik schoof gewoon onderuit in een van de laatste bochten. Toch zat ik snel weer op de fiets en ik zag dat Erwin op mij wachtte. Hij heeft me toen in een ruk terug gereden. Op de streep vloerde ik toen Claudio Chiappucci. Toen kende niemand hem nog, twee jaar later werd hij tweede in de Tour."

Ondanks de ongekende suprematie van Hermans gaat de sprinttrui aan zijn neus voorbij. Die is namelijk voor Sean Kelly, de Ierse alleskunner die dat jaar ook de eindzege voor zich opeist. Toch wacht Hermans een grootse huldiging in zijn Baskische woonplaats Astigarraga.

Winnen zonder juichen

Een jaar later zijn alle pijlen gericht op een zege in de Tour. In de Vuelta wil Hermans het daarom rustig aan doen. "Toch won ik nog drie ritten en de ploegentijdrit. Er zit ook nog een bijzondere herinnering aan die zeges. De man bij wie ik woonde in Baskenland had die dagen wat relatieproblemen. Na mijn eerste zege zei ik tegen hem, de bloemen morgen zijn voor je vrouw. En de volgende dag won ik weer."

Hermans doet dat niet meer in het groen van Caja Rural, maar in de kleuren van sponsor Paternina. "Die sponsor heeft de ploeg gewoon geflest. Wij zijn maanden niet betaald en reden de Tour in de hoop dat hij met een paar goede resultaten over de brug zou komen. Niet dus."

In 1986 was Hermans al eens op de rand van een zege in de Tour geweest. In de elfde etappe naar Bordeaux is Hermans met afstand de rapste sprinter in een kopgroep van 13 en dus mag hij alle gaatjes zelf dicht rijden. Als de Belg Rudy Dhaenens een vuurpijl afschiet in de laatste kilometer houdt Hermans de benen stil. Op de streep houdt Dhaenens een metertje over op de spurtende Brabander.

Later moet Hermans het vooral opnemen tegen Jean-Paul van Poppel. In 1988 wint Van Poppel vier ritten in de Tour, Hermans eindigt twee keer als tweede en een keer als derde. "Bij de amateurs trok ik de sprint aan voor Van Poppel. Qua snelheid was hij beter, op wat zwaardere aankomsten was ik misschien iets beter. Op een goede dag kon ik alle topsprinters kloppen, ook Van Poppel."

Tour 1988: Van Poppel klopt Hermans in Parijs

Voor de start van de elfde etappe lag de weg open voor Hermans. De Pyreneeën had diepe sporen getrokken in de reserven van de sprinter, maar nog diepere sporen bij zijn rivaal Van Poppel. Zonder Van Poppel vertrekt het peloton die ochtend uit Luchon om 3,5 uur later de straten van Blagnac binnen te rijden.

Erwin Nijboer heeft zijn sprinter die dag zo veel mogelijk uit de wind gehouden. Het colletje van de derde categorie onderweg hebben ze overleefd. Niets staat die eerste Tourzege in de weg.

Maar dan springt die vermaledijde Dhaenens weg uit het peloton. De organisatie is meteen zoek en de Belg van PDM, die een jaar later in Japan wereldkampioen zou worden, neemt een geruststellende voorsprong. Nog een bocht scheiden hem van de zege.

Tour 1989: Hermans wint eindelijk zijn Touretappe

Die bocht wordt Dhaenens fataal. Hij stuurt te scherp in, moet corrigeren en voelt zijn achterwiel onder zich wegschuiven. In een mum van tijd staat hij weer naast zijn fiets en ziet hij het peloton aan zich voorbij schieten.

"Ik heb hem niet eens gezien. Ik dacht dat ik voor de tweede plek aan het sprinten was", vertelt Hermans vele jaren later. "Je ziet me ook helemaal niet juichen als ik over de streep kom."

Ereburger

Bij die ene Tourzege blijft het en ook in de Vuelta schiet Hermans na die twee wonderjaren nooit meer raak. In 1993 rijdt hij voor het eerst in zijn loopbaan in Nederlandse dienst, bij TVM. Aan het einde van dat jaar hangt hij zijn fiets aan de wilgen.

Hermans keert terug naar Astigarraga, het dorp in Baskenland waar hij zich sinds die wonderlijke Vuelta van 1988 ereburger mag noemen.

Meeste ritzeges in één Vuelta

1977: Freddy Maertens (Bel) 13
1941: Delio Rodríguez (Spa) 12
1965: Rik van Looy (Bel) 1942 en 47: Delio Rodríguez (Spa) 8
1994: Laurent Jalabert (Fra) 7
1994: Tony Rominger (Zwi) 1988: Mathieu Hermans 1975: Marino Basso (Ita) 1973: Eddy Merckx (Bel) 1956: Rik van Steenbergen (Bel) 1945: Delio Rodríguez (Spa) 6

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl