Roofvogels, fretten en nu stinkpalen tegen konijnen op begraafplaats

time icon
Jim, the Photographer/Flickr

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is de overlast door konijnen op begraafplaats Achterambacht beu. Daarom zet zij stinkpalen in met een geur die de dieren angst aanjaagt.

Doordat de konijnen holen en gangen graven, ondermijnen zij graven. Bovendien vreten ze aan de verse bloemstukken die bij de stenen zijn neergelegd.

Afgeknaagd

Bas Groeneveld van de gemeentelijke groenvoorziening vertelt: "Nabestaanden komen na een tijdje terug bij het graf en zien dat alles is afgeknaagd. Dat heeft een diepe impact op mensen. We willen dat zien te voorkomen."

Dat gebeurt dus met een geurzuil. "Dieren ruiken de geur in een straal van 30 meter rond zo'n paal. Het is op basis van kruiden. Ik heb me zelfs laten vertellen dat er leeuwenpoep doorheen zit."

Natte asbak

De paaltjes zijn zo'n 50 centimeter hoog en bevatten de stof Tupoleum. "Het ruikt als een asbak die in de regen heeft gestaan. Het is niet schadelijk voor de omgeving."

De komende drie maanden houdt Groeneveld in de gaten of er daadwerkelijk minder knaagsporen zijn, schrijft RTV Rijnmond.

De stinkpaal is een nieuwe oplossing voor een veelvoorkomend probleem. De landelijke organisatie van begraafplaatsen legt uit dat konijnen vooral op zandgrond komen, en begraafplaatsen bestaan bij voorkeur uit zandgrond.

Jager

Vergiftigen is verboden, daarom kiezen begraafplaatsen vaak voor het inhuren van een jager om de beesten te laten afschieten. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden: de schutter moet een jachtvergunning hebben en het terrein moet minstens 40 hectare groot zijn.

Een andere optie is het inzetten van roofvogels, maar dat werkt niet op een begraafplaats waar veel bomen staan.

Ook kan een begraafplaatsbeheerder kiezen voor een fretteur (iemand die jaagt met een fret). Die zet de holen van een konijnenburcht met netten af en laat een fret in één van de pijpen los. De konijnen vluchten dan het hol uit en rennen in de netten, waarna ze worden doodgemaakt.

Dit is een artikel van

STER Reclame