Maken hulpprogramma's misbruik van (kwetsbare) deelnemers?

Aangepast
Moment uit een aflevering van Vier Handen Op Een Buik BNNVARA
Geschreven door
Carmen Dorlo
redacteur Online

Zijn 'smeuïge' hulpprogramma's op tv er alleen ter vermaak of moeten ze ook rekening houden met belangen en gevoelens van deelnemers? "Een programmamaker is geen psycholoog en heeft een ander doel dan een maatschappelijk werker. Het zou spijtig zijn als deelnemers omwille van de kijkcijfers worden uitgebuit", zegt Petra van Leeuwen van landelijk kennisinstituut Movisie. Van Leeuwen onderzocht een jaar lang met een groep hulpverleners verschillende hulpprogramma's.

De discussie over hulpprogramma's kreeg afgelopen weekend weer een impuls, toen NRC Handelsblad schreef over het BNNVARA-programma Vier Handen Op Een Buik. Volgens de krant werden deelnemers misleid en kijken ze negatief terug op hun deelname.

Kritiek was er al eerder. Het is de vraag of de waarde van het programma voor de kijker en de zender opweegt tegen de negativiteit die het sommige deelnemers oplevert. Van Leeuwen, en haar collega's, bekeken de rol van de hulpverlener in de series. "We hoopten dat zo het debat over dit onderwerp kan worden opgestart."

Hulpprogramma's op televisie zijn series waarin een hulptraject van een deelnemer centraal staat. Zo worden in het bovengenoemde Vier Handen Op Een Buik verschillende toekomstige tienermoeders tijdens en na hun zwangerschap geholpen door bekende moeders. Maar ook programma's waarin mensen geholpen worden met een verbouwing, een psychische aandoening, verslaving of opvoeding vallen onder hulpprogramma's.

Vorig jaar kwam er kritiek op de programma's. NRC had met deelnemers van meerdere programma's gesproken over hun deelname en zij voelden zich misleid. Volgens hen zou het 'televisie maken' belangrijker zijn dan hun belangen.

Volgens Van Leeuwen verschilt de kwaliteit van de hulpverlening per programma. Op het ene programma is niets aan te merken, maar bij andere schiet de hulpverlening en communicatie volgens haar echt tekort. Het valt op dat in meerdere programma's met BN'ers, zoals Vier Handen Op Een Buik, een vertekend beeld wordt gecreëerd, zegt ze. "Het wordt heel quick fix gebracht. Je gooit er een BN'er tegenaan en dan zijn de problemen opgelost. In het echte leven is het hulpverleningstraject complexer en vergt het een betere aanpak."

De problemen beginnen al bij de voorbereiding van het programma, zegt Van Leeuwen. "De deelnemers zitten vaak in hele kwetsbare situaties. En als de nood hoog is en je geen uitkomst meer ziet, denk je niet na over de langetermijngevolgen van je keuzes. Zijn deze mensen dan wel in staat om in te schatten wat de gevolgen zijn van deelname?", vraagt ze zich af.

Bij die vraag moeten ze geholpen worden, zegt oud-maatschappelijk werker Maaike Kluft. Daar is iets te winnen bij hulpprogramma's. "Want ook al doen de programmamakers het echt niet allemaal verkeerd, het is gewoon verstandig om de hulpverlening meer bij het programma te betrekken. Professionals moeten in een zo vroeg mogelijk stadium de deelnemers bijstaan waar dat nodig is."

Wat maakt een hulpprogramma zo aantrekkelijk?

Een groot deel van ons televisieaanbod bestaat uit hulpprogramma's. Het is niet gek dat programmamakers de series blijven maken: Nederlanders kijken er gewoon graag naar. Waarom? "Het is een combinatie van een soort van leedvermaak en verbazing, en een stukje voorlichting", legt Angela de Jong, televisierecensent bij het AD, uit. "Die hulpprogramma's laten het doembeeld zien. Daar kijk je naar om te zien hoe je het vooral niet moet doen."

Bij meerdere programma's staat in het contract dat deelnemers een boete krijgen als ze vroegtijdig stoppen. Zo'n boete kan oplopen tot duizenden euro's: iets wat deelnemers in een crisissituatie zich vaak niet kunnen veroorloven. "Die wurgcontracten zijn vreselijk en nóg een bevestiging dat deelnemers de implicaties van het programma moeten begrijpen", zegt Van Leeuwen.

"Ik werk natuurlijk niet bij een televisieprogramma, dus ik weet niet precies hoe die voorlichting nu gaat. Maar er is een verschil tussen begrijpen en écht begrijpen. De deelnemer moet echt weten waar hij of zij ja tegen zegt."

Ook de programmamaker moet geholpen worden

Niet alleen de deelnemer weet soms niet waar hij of zij aan begint, de programmamaker ook niet. "Programmamakers beseffen niet hoe de problemen van de deelnemers hun denken en doen beïnvloeden. Er moet gewoon overal een professional bij betrokken worden om dat inzicht te geven", zegt Kluft.

Daarnaast moet er aandacht komen voor de complexiteit van het probleem in de programma's, gaat Van Leeuwen verder. "Als je bijvoorbeeld kijkt naar Dubbeltje op zijn Kant, waarin deelnemers met schulden worden geholpen, dan merk je dat daar de oplossing altijd alleen geldgerelateerd is. De deelnemer wordt geholpen met zijn budgettering. Andere aspecten, zoals psychische problemen, komen niet aan bod."

De programma's zijn wel van grote waarde: ze werken taboedoorbrekend en kunnen destigmatiserend zijn.

Petra van Leeuwen

Maar de programma's hebben volgens Van Leeuwen wel echt toegevoegde waarde. "Ze kunnen taboes doorbreken. Ze brengen het gesprek op gang. Ze geven aandacht aan mooie mensen die het moeilijk hebben en kunnen zo destigmatiserend werken. Ze helpen dus echt wel op een bepaalde manier."

Daarom is het beantwoorden van die ethische vraag zo belangrijk. "Je wil niet het kind met het badwater weggooien. De hulpprogramma's zijn van grote waarde, maar is het de negativiteit waard? De programmamakers moeten nu gewoon erkennen dat ze iets niet goed doen. En het dan aanpassen."

Daar is Kluft het mee eens. "Als programmamakers nu een nieuwe serie gaan beginnen, moeten ze contact opnemen met oud-deelnemers. Vraag wat er de vorige keer fout ging, en neem die ervaringen mee in de ontwikkeling van het nieuwe programma. Wees zorgvuldiger."