Holleeder wordt 60, maar in rechtbank levert dat geen felicitaties op

Aangepast
Willem Holleeder in de rechtszaal ANP
Geschreven door
Mattijs van de Wiel
verslaggever

"Het is 29 mei, uw geboortedag." De rechtbankvoorzitter opent de zitting. Hij noemt de zestigste verjaardag, maar feliciteert verdachte Willem Holleeder niet. Hij vraagt hem wel: "Hoe is de dag voor u begonnen?" "Rustig", antwoordt Holleeder, "maar nu heb ik bezoek".

Hij doelt op zijn zus Astrid, die voor de vijfde keer in de getuigencabine links van hem zit. Ze heeft al vaak verteld hoe erg ze het vindt dat haar broer waarschijnlijk nooit meer vrij komt. Dat is mede vanwege haar verklaringen. En vandaag doet ze er nog een schepje bovenop.

Opnieuw worden er in de rechtszaal fragmenten afgespeeld van gesprekken met haar broer die ze stiekem opnam. Eerdere bandjes moesten een beeld schetsen van het karakter van Holleeder en van de verhoudingen in de familie. Nu gaat het ook over bewijs dat Holleeder achter de moordopdrachten zat. Nergens is te horen dat Holleeder zijn betrokkenheid ontkent, en volgens Astrid toont dat aan dat hij schuldig is.

'Jordaancabaret'

Astrid hoort ook duidelijk bewijs in de tape waarop Holleeder dreigt zijn andere zus Sonja "mee te trekken" als hij problemen krijgt vanwege de moord op zijn voormalige kompaan Cor van Hout, met wie Sonja getrouwd was. Te horen is dat Willem zegt: "Zij wou ook dat Cor ging".

Astrid vertelt dat Willem Sonja bedreigde, omdat hij vreesde dat ze met de politie praatte. Hij vertrouwde het niet dat Sonja een deal met justitie had gesloten over haar criminele erfenis.

En dan lopen de emoties snel op. Willem verwijt Astrid dat ze hem in de val heeft gelokt, dat ze een spelletje speelt. Als hij Sonja bedreigde, was dat om uit te vogelen wat er speelde. Astrid is een "mafkees", zegt hij. "Ze speelt Jordaancabaret, met af en toe een traantje wegpinken." Hij beweert dat ze hem wilde laten vermoorden. "Ze is gemener dan de zee diep is, het is een echt gevaarlijk meisje."

Ik heb hem helemaal niet willen laten omleggen. Had ik het maar wel gedaan.

Astrid Holleeder

Astrid wordt woedend als ze dat aanhoort. "Dit is weer dat paranoia-gedrag. Ik heb hem helemaal niet willen laten omleggen. Had ik het maar wel gedaan, maar dan had ík het wél zelf gedaan en niet laten doen, want ik ben niet zoals hij."

Ze richt zich rechtstreeks tot haar broer: "Je spoort gewoon niet, en dat is waarom je opgeruimd moet worden." Daarmee bedoelt ze dat hij opgesloten moet blijven, voegt ze eraan toe.

Broer en zus schreeuwen door elkaar heen, waarop Willem droogjes concludeert: "De Holleeders praten". Een gezellige verjaardag werd het niet.