Tweede generatie integreert goed op werkvloer, maar laat identiteit thuis

Aangepast
ANP

De integratie op de werkvloer van tweede generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders gaat beter dan gedacht, maar daar staat tegenover dat ze hun etnische of religieuze identiteit thuis moeten laten. Dat blijkt uit een proefschrift van Ismintha Waldring, socioloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze promoveert morgen op dit onderwerp.

Tweede generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders zijn kinderen van arbeidsmigranten. In de media wordt volgens Waldring vaak het beeld geschetst van een moeizaam integrerende groep, maar op de werkvloer, het terrein dat ze onderzocht, ligt dit een stuk genuanceerder.

Ze ontkennen hun etnische identiteit niet, maar houden hem op de achtergrond.

Ismintha Waldring

"Daar benadrukken ze de overeenkomsten met collega's om geaccepteerd te worden", zegt Waldring in het NOS Radio 1 Journaal. Waldring voerde meer dan 170 gesprekken, voornamelijk met in Nederland geboren kinderen van Turkse en Marokkaanse ouders. Uit het onderzoek blijkt dat ze denken meer moeite te zullen hebben met het vinden van een baan en met doorgroeien, als ze met hun identiteit te koop zouden lopen."

Het gaat volgens Waldring om een unieke generatie. "Zij zijn vaak de eersten in hun familie die een hoge positie hebben. Omdat het op de werkvoer een relatief kleine groep is, vormen ze daar de uitzondering." De groep is zich bewust van de subtiele sociale grenzen en compenseert door de aandacht te vestigen op hun professionele identiteit. "Ze ontkennen hun etnische identiteit niet, maar houden hem op de achtergrond."

Kijk, discriminatie zal altijd bestaan, maar ik hoef er niet in mee te gaan. Ik hoef er geen slachtoffer van te worden.

Een respondent uit het onderzoek

Maar het benadrukken van overeenkomsten en het verbergen van persoonlijke zaken om erbij te horen doen we toch allemaal? "Klopt, maar sommige zaken liggen gevoeliger dan andere", zegt Waldring. "Etniciteit en religie bijvoorbeeld. We zien de islam vaak als problematisch. Daar willen ze dan niet te veel nadruk op leggen."

De angst bestaat geassocieerd te worden met problemen of bepaalde radicale opvattingen. Het strategische spel dat hieruit voortvloeit noemt Waldring 'boundary sensitivity'. Het is de strategie die de groep hanteert om succesvol te kunnen zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Thuis houdt de groep de etnische of religieuze identiteit in stand, waardoor het maken van een keuze tussen beide werelden wordt vermeden en discriminatie op de werkvloer voorkomen.

Een van de respondenten vat het sentiment volgens Waldring goed samen: "Kijk, discriminatie zal altijd bestaan. Het is een tweede natuur voor mensen, dus ja, het bestaat, maar ik hoef er niet in mee te gaan. Ik hoef er geen slachtoffer van te worden."

'Niet altijd onschuldig'

"Uit mijn proefschrift blijkt dat mensen op hun etnische of religieuze identiteit worden aangesproken of dat er grapjes over worden gemaakt, bijvoorbeeld als er een aanslag is geweest", zegt Waldring. Als je een van de weinigen bent van jouw groep, wordt alles op jou betrokken en word je dus anders behandeld dan de rest. Het is niet altijd even onschuldig."

Zou de groep het anders willen? "Ja, want het kost veel energie om je steeds aan te passen", zegt Waldring. "Daarnaast is het de vraag waarom je alleen professioneel zou kunnen zijn door je identiteit niet te benadrukken. Veel organisaties propageren diversiteit, maar in werkelijkheid komt het neer op zoeken naar gelijkenis."

STER Reclame