Gemeente Rotterdam op vingers getikt over daklozenbeleid

Daklozenopvang ANP

De opvang van daklozen in Rotterdam is nog steeds niet goed geregeld. De gemeente is sinds vorig jaar bezig om de hulpverlening te verbeteren, maar dat heeft nog niet voldoende resultaat gehad, blijkt uit onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam.

Gemeenten zijn verplicht om eerste opvang te bieden aan alle Nederlandse daklozen, maar volgens de rekenkamer geeft Rotterdam daaraan te weinig gehoor. Vooral voor zwaar verslaafde of agressieve jongeren is helemaal geen nachtopvang geregeld.

Ook duurt het vaak een half jaar voordat daklozen in Rotterdam kunnen doorstromen naar een woning. Ze liggen dan dus maanden met andere daklozen op slaapzalen en daar worden ze voortdurend geconfronteerd met elkaars problemen. Sommigen houden dat niet vol, vertrekken voortijdig en gaan weer op straat slapen.

Actie

De Rekenkamer Rotterdam vindt dat de gemeente actie moet ondernemen, om te voorkomen dat het aantal daklozen toeneemt.

Zo moet de gemeentelijke schulddienstverlening meer mensen gaan bereiken. Ook moeten wijkteams meer kennis krijgen over het ondersteunen van daklozen die bij vrienden of familie slapen. En mensen die uit een gevangenis of GGZ-instelling komen, moeten beter begeleid worden bij het vinden van een woning.

Volgens de rekenkamer moet de gemeente minder star zijn met het geven van vergunningen om woningen geschikt te maken voor daklozen, maar de gemeente ziet daar vooralsnog niets in.

Den Haag

Ook andere steden hebben de daklozenopvang niet goed geregeld. Zo tikte de Rekenkamer Den Haag in januari het college op de vingers, omdat daar geen enkel zicht is op de ingewikkelde problemen van mensen die worden opgevangen en er geen cijfers worden bijgehouden.

Dak- en thuislozen in Den Haag beïnvloeden elkaar negatief, oordeelde de rekenkamer, omdat ze vaak lang bij elkaar zitten. "Ze gaan er meer op achteruit dan vooruit."

STER Reclame