Terrorismeverdachte: 'Ik werd gemarteld op Amerikaans grondgebied'

AFP

Een veroordeelde gevangene uit Qatar zegt dat hij is gemarteld op Amerikaans grondgebied. Ali al-Marri werd in verband gebracht met de aanslagplegers van 11 september 2001. Hij zat in totaal dertien jaar vast, waarvan de eerste zes jaar zonder proces in isolement.

Al-Marri, die zegt onschuldig te zijn, doet nu zijn verhaal tegen The Guardian, de Volkskrant en Die Zeit. Hij wil het Amerikaanse ministerie van Defensie en de FBI aanklagen voor zijn behandeling. Uit de ruim 30.000 documenten die zijn zaak ondersteunen, blijkt dat er verhoormethoden gebruikt zijn die volgens experts te boek staan als marteling, schrijft de Volkskrant.

De Qatarese man kwam op 10 september met zijn gezin naar de VS, naar eigen zeggen om een studie te doen. Hij werd volgens The Guardian een paar maanden later opgepakt toen hij een zending kwam ophalen met spullen uit Qatar.

Uit het onderzoek van de FBI zou blijken dat hij op internet had gezocht naar giftige chemicaliën. Bovendien had hij printjes met daarop honderden Amerikaanse creditcardnummers. Leden van al-Qaida in Guantánamo Bay, de omstreden gevangenis bij Cuba, hadden gezegd dat hij banden met hen had.

Verstikt

In de jaren die volgde werd Al-Marri in gevangenissen opgesloten in een koude cel op een stalen bed, zonder besef van dag en nacht. 24 uur per dag werd hij in de gaten gehouden. Er werd niet met hem gesproken. Er werd gedreigd zijn vrouw te verkrachten. Hij is geslagen en geïntimideerd, werd verstikt met sokken in zijn mond en tape om zijn hoofd. Als zijn verklaring klopt, dan hebben de VS volgens experts het internationaal recht met voeten getreden.

Volgens de FBI wilde Al-Marri Amerikaanse wateren vergiftigen en het banksysteem ontregelen. Zelf zegt hij dat online naar chemicaliën zocht omdat hij overwoog die te importeren voor het bedrijf van zijn zwager. De creditcardnummers had hij naar eigen zeggen om bij wijze van tijdverdrijf te zoeken naar algoritmes.

Al-Marri heeft altijd ontkend dat hij iets met al-Qaida te maken had, maar tekende wel een schuldbekentenis "om naar huis te kunnen gaan". Hij wil nu de Amerikaanse overheid voor het gerecht dagen op neutraal terrein, en wordt daarbij gesteund door een Britse organisatie.

De FBI reageert niet op de kwestie. Wel zegt de opsporingsdienst niet aan marteling te doen, en daar ook niet in te geloven.

STER Reclame