In 't Veld, Van Aardenne, Ter Veld en Peper ANP, Hollandse Hoogte, Nationaal Archief
NOS Nieuws Politiek Aangepast

Aftredende ministers: hoe het in Den Haag soms om de poppetjes gaat

Negen ministers en tien staatssecretarissen komen voorbij in Verloren vertrouwen, het boek over aftredende bewindslieden waarop historica Anne Bos afgelopen week promoveerde. De bonnetjesaffaire van Bram Peper. Het geëmotioneerde vertrek van Elske ter Veld. De dubbele deconfiture van de al demissionaire Ed van Thijn en Ernst Hirsch Ballin door de IRT-affaire. De drie dagen van Charl Schwietert (lange tijd een record). Toch gaat opvallend genoeg de meeste aandacht uit naar een minister die juist bleef zitten, Gijs van Aardenne.

"Dat was echt een kantelpunt in de parlementaire geschiedenis", legt Bos telefonisch uit. "Men realiseerde zich later dat aanblijven eigenlijk een fout was geweest. Ze hadden hem moeten laten gaan."

Veel veranderende politieke opvattingen kwamen samen in het geval-Van Aardenne: een nieuwe notie over ministeriële verantwoordelijkheid ontwikkelde zich en de Kamer ontdekte de kracht van de parlementaire enquête om die definitie te toetsen.

Had tot dan toe vaak een commissie van wijze mannen zich gebogen over affaires (Lockheed, Aantjes, Greet Hofmans), nu nam de Tweede Kamer zelf het voortouw, voor het eerst sinds de parlementaire enquête naar het regeringsbeleid in de Tweede Wereldoorlog.

"Aanvankelijk vond men dat ministeriële verantwoordelijkheid zich beperkte tot wat de minister wist of deed", zeg Bos. "Gaandeweg ging het ook gelden voor wat zijn ambtenaren deden en waar de minister geen kennis van had. Sindsdien geldt: heeft hij het geweten, dan is hij daarop aan te spreken. Heeft hij er niet van geweten, dan heeft hij onvoldoende controle op zijn ministerie en moet hij er ook op worden aangesproken."

De parlementaire enquête bleek een uitstekende manier om dergelijke vragen te beantwoorden. "Enquêtes werden eerst vooral gebruikt om de overheid te adviseren over wat beter kan: waar moet men spoorwegen aanleggen of hoe moest men arbeidsomstandigheden verbeteren? Maar nu ging men ook de uitvoering van het beleid controleren. De Tweede Kamer realiseerde zich ineens: we zijn geen lam, maar leeuw."

Aangeschoten wild

Het beleid van Van Aardenne werd 'onaanvaardbaar' genoemd in de conclusie van de enquêtecommissie. Harde woorden in het Haagse vocabulaire. Toch hoefde hij het veld niet te ruimen, omdat de VVD achter haar vice-premier bleef staan en het CDA geen kabinetscrisis wilde forceren. Maar het oordeel zou Van Aardenne blijven achtervolgen. Sindsdien werd hij getypeerd als 'aangeschoten wild', de eerste keer dat die kwalificatie werd gebruikt in de politiek.

De zaak-Van Aardenne zou nog lang nagalmen op het Binnenhof. Bij de volgende crisis werd staatssecretaris van Volkshuisvesting Brokx er snel uitgewerkt om te voorkomen dat er opnieuw een nieuwe vleugellamme bewindsman zou blijven zitten. "Zowel de VVD als het CDA vond dat ze het anders had moeten doen, maar nu sloeg de slinger door naar de andere kant. Er werd druk op Brokx gezet om af te treden nog voordat er een enquêtecommissie was gevormd. Hij noemde zichzelf het eerste slachtoffer van het Van Aardenne-trauma."

Het boek toont zo aan dat het ene aftreden vaak doorwerkt in het andere. "Er zijn eigenlijk heel weinig regels voor. We hebben geen voorschriften die zeggen: als er dit aan de hand is, moet iemand gaan. Ook de minister-president is nauwelijks bevoegd om veranderingen in zijn ministersploeg aan te brengen. Heel anders dan bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, waar de premier halverwege de rit vaak een groot deel van zijn team herschikt."

Of iemand sneuvelt is hier daarom afhankelijk van veel factoren: hoe werd er gereageerd op een eerdere crisis, hoe breed is iemands steun binnen het kabinet, hoe belangrijk is een persoon voor de partij, hoe staat een partij ervoor in de peilingen, hoe graag bespaart men een coalitiepartner een blamage?

Het klinkt een beetje primitief, maar een zoenoffer of zondebok werkt.

Anne Bos, Verloren vertrouwen

Het proces tekende zich bijvoorbeeld goed af bij het vertrek van Elske ter Veld. Haar solide PvdA-achtergrond kon niet voorkomen dat impopulaire bezuinigingen op de sociale voorzieningen haar positie aantastten. "Ik heb te makkelijk gedacht: als Elske met haar linkse verleden harde bezuinigingsmaatregelen voor haar rekening neemt, zal iedereen begrijpen dat die echt nodig zijn", analyseerde Ter Veld haar val achteraf. Toch verloor zij het vertrouwen van haar eigen fractie, terwijl Jacques Wallage daarna het beleid schier ongewijzigd kon voortzetten.

Soms gaat het in Den Haag immers niet om de inhoud, maar om de poppetjes. Een politicus wordt soms geslachtofferd. "Een zondebok, een zoenoffer", noemt Bos het. "Het klinkt een beetje primitief, maar het werkt. Het geeft lucht, de coalitie kan daarna verder. Het kan de druk weghalen, of de ruimte geven om nieuwe mensen het te laten proberen."

Blijft de vraag of zo'n politiek ritueel dan niet te veel aan een politicus persoonlijk blijft kleven. "Je moet onderscheid maken tussen verantwoordelijkheid en schuld. Dat wordt vaak verward. Neem het mortierongeluk in Mali waar minister Hennis om aftrad. Daar zijn fouten gemaakt, dus de minister werd er als ambtsdrager op aangesproken. Maar ze heeft niet zelf met die granaten geprutst. Ik sluit niet uit dat ze ooit nog in een bestuurlijke functie terugkeert, al is het voor de publieke opinie nu nog te vroeg. Er moet een soort boetedoening gedaan worden."

De casus van Hennis is niet meegenomen in het boek; Bos eindigt haar overzicht in 2002, het jaar dat de komst van de LPF tot roerige tijden op het Binnenhof leidde. "Dat is een mooie markering, omdat de populistische partijen daarna opkomen en er een instabiele periode aanbreekt waarin partijen niet meer kunnen rekenen op een vast aantal zetels, zoals voorheen. Bovendien kon ik niet over materiaal beschikken, omdat bijvoorbeeld de notulen van de ministerraad nog niet openbaar zijn. Maar misschien komt zo'n onderzoek er ooit nog wel."

STER reclame