Natuurlijk, het gaat woensdag 2 maart over de leden van de Provinciale Staten in uw eigen provincie. Maar sinds 1848 hebben de Statenverkiezingen ook een landelijke kant, omdat de 566 leden van de twaalf Provinciale Staten daarna samen de leden van de Eerste Kamer zullen kiezen. Dat gebeurt dit jaar op 23 mei. En dan pas weten we zeker, of de regeringscoalitie van VVD, CDA en gedoogpartner PVV daar samen de meerderheid zullen halen, waar het in deze Statencampagne zo vaak over ging.

Stemwaarde

Hoe gaat de verkiezing van de Eerste Kamer straks in mei in zijn werk? Om te beginnen hebben alle Statenleden één stem. Maar die stemmen wegen niet allemaal even zwaar. Elke provincie heeft van de Kiesraad een stemwaarde gekregen, gebaseerd op het inwonertal (dus niet het aantal kiesgerechtigden) van de provincie, gedeeld door honderd keer het aantal Statenleden in die provincie. U ziet op de illustratie rechts naast dit artikel: het aantal Statenleden per provincie en de stemwaarde waarvoor zij straks meetellen in de einduitslag. De Statenleden zijn dus bepaald niet allemaal gelijk. De 55 leden van de Staten van Zuid-Holland zijn goed voor bijna 16 leden van de Eerste Kamer, terwijl hun 39 collega's in Zeeland er omgerekend amper twee mogen kiezen.

Virtuele stemmen

Zo ontstaat er op 23 mei een verkiezingsuitslag met in totaal 166.561 virtuele stemmen die vervolgens gedeeld worden door 75 (het aantal zetels in de Eerste Kamer) om de kiesdeler te bepalen. Vervolgens krijgen de partijen voor elke gehaalde 2221 van die virtuele stemmen een zetel in de Eerste Kamer. De ervaring leert dat er bij elke verkiezing dan weer een aantal zetels overblijft, omdat partijen nu eenmaal niet keurig het precieze veelvoud van 2221 stemmen zullen krijgen. Die restzetels (meestal tussen de twee en de vier) worden via een aparte procedure verdeeld.

Restzetels

Een beetje cijferaar kan de samenstelling van de Eerste Kamer op 4 maart (als de provincies de officiële uitslagen bekend maken) dus grotendeels uitrekenen. Dat wil zeggen: als ieder Statenlid dan tenminste wel op de kandidatenlijst van zijn eigen partij stemt. Dat is vooral wat de verdeling van de restzetels betreft echter allerminst zeker.

In 2007, toen er uiteindelijk twee restzetels te geef bleken te zijn, werd er door partijen, met de uitslag van de Statenverkiezingen en de calculator op tafel, druk overlegd over hoe Statenleden zouden moeten stemmen om die restzetels naar het regeringskamp danwel de oppositie te krijgen. Ook toen spande het erom of het net aangetreden kabinet-Balkenende-IV wel een meerderheid in de Eerste Kamer zou krijgen. Toen kregen CDA, PvdA en ChristenUnie er uiteindelijk een geruststellende 39, één zetel meer dan minimaal nodig. Of VVD, CDA en PVV er straks tussen 2 maart en 23 mei ook zo gerust op kunnen zijn, is nog lang niet zeker.

STER reclame