Politie onderzoekt mogelijk haatzaaiende tweets Pegida-oprichter

Aangepast
Pegida-oprichter Lutz Bachmann EPA

De Duitse politie onderzoekt of Pegida-oprichter Lutz Bachmann zich schuldig heeft gemaakt aan haatzaaien toen hij op Twitter een man vals beschuldigde van de moord op een 14-jarig meisje. Vorige week woensdag werd het meisje in haar huis in Berlijn door messteken om het leven gebracht.

Extreem-rechtse groeperingen reageerden via sociale media woedend op haar dood. Volgens hen stopten de autoriteiten de identiteit van de dader in de doofpot, omdat het een immigrant zou zijn. Ook leden van de rechts-populistische Alternative für Deutschland, de grootste oppositiepartij van het parlement, deelden deze berichten op Twitter en Facebook.

Bachmann deed zelf actief mee aan het verspreiden van de beschuldigingen. Hij schreef op Twitter dat een Tsjetsjeense man, die hij een "ex-vluchteling en het beest van de Kaukasus" noemde, de dader is. Daarbij plaatste hij nog twee foto's met een link naar de persoonlijke Facebookpagina van de Tsjetsjeen.

De man bleek niets met de moord te maken te hebben. De Duitse politie heeft een 15-jarige klasgenoot van het meisje zondag gearresteerd op verdenking van de moord. Het bericht van Bachmann over de Tsjetsjeen is inmiddels verwijderd.

Haatzaaien

De Pegida-oprichter is omstreden in Duitsland. Zo is hij meerdere keren veroordeeld voor inbraken, geweldpleging en drugsbezit. Hij wordt nu verdacht van haatzaaien, waarvoor hij in 2016 ook veroordeeld werd nadat hij vluchtelingen had uitgescholden op sociale media. Hij moest toen een boete van 9600 euro betalen.

Bachmann vindt zichzelf onschuldig, omdat het woord "waarschijnlijk" in zijn bericht stond. Volgens hem was het daardoor geen directe beschuldiging.

Facebook-wet

Duitsland is streng op het gebied van haatzaaiende berichten op sociale media. Begin van dit jaar werd in Duitsland de zogenoemde Facebook-wet ingevoerd. Wanneer gebruikers melding maken van een bericht met een "wetsovertredende inhoud", moet het binnen 24 uur verwijderd worden. Bij twijfel hebben de bedrijven zeven dagen de tijd om het bericht te beoordelen. Als Facebook, Google en Twitter niks doen, kunnen de bedrijven boetes krijgen die oplopen tot 50.000 euro.

STER Reclame