'Alles en Niets', Jan Henderikse maakt kunst van afval

Aangepast
Jeroen Wielaert / NOS
Geschreven door
Jeroen Wielaert
verslaggever

Na het weggooien, het ronddrijven en het aanspoelen begon het vinden en het oprapen. Het werd een essentieel onderdeel van het scheppingsproces dat Jan Henderikse tot het zijne maakte. Hij deed het aan de oevers van de Rijn, maar ook bij Amerikaanse supermarkten en tal van andere plaatsen. 'Ready Founds', noemt hij de rijkelijk samengestelde kunstwerken die hij maakte uit onderdelen die voor andere mensen waardeloos waren geworden. Alles en Niets, een overzicht van zijn lange loopbaan, is vanaf dit weekend te zien in het Gemeentelijk Museum in Schiedam.

Met het werk van Henderikse pakken ze in Schiedam andermaal breed uit met het baanbrekende werk van de zogenaamde Nulgroep. In 2014 kregen ze veel publiek voor de tentoonstelling herman de vries. all en in 2015 gebeurde hetzelfde met De Werkelijkheid van Jan Schoonhoven.

Die Nulgroep brak in de vroege jaren 60 als artistieke vernieuwingsbeweging radicaal met de schilderkunst, zelfs de meest moderne. Geen abstracte doeken meer, maarhoogst eigen dingen. Losgemaakt van de alledaagse werkelijkheid werd materiaal van de straat omgezet in veelvormige constructies die tot op de dag van vandaag blijven uitsteken boven straatniveau.

1/3 Jeroen Wielaert / NOS
2/3 Jeroen Wielaert / NOS
3/3Jan Henderikse Jeroen Wielaert / NOS

Henderikse (Delft, 1937) leerde kijken en construeren van zijn oudere stadgenoot Jan Schoonhoven. Om geld te verdienen is hij nog een jonge verslaggever geweest. Als 81-jarige grinnikt hij in zijn Schiedamse hotelkamer: "Het was van journalist tot krantenbezorger, hoe vind je die? Ik was nogal recalcitrant. Met die verslaggeving lukte het niet en toen ben ik een tijdje corrector geweest. Het eindigde met kranten rondbrengen."

Zijn eigen weg voerde naar Antwerpen en New York. Aan het eind van de sixties woonde hij daar met zijn vrouw en zoontje in het Chelsea Hotel en kwam er andere kunstzinnige gasten als Janis Joplin en Leonard Cohen tegen. Nog steeds heeft hij een studio in Antwerpen, maar het grootste deel van de tijd woont hij in Brooklyn. Daar heeft hij de supermarktaffiches vandaan die nu in Schiedam, conform Nul, serieel bijeen hangen. Felle kleuren benadrukken aanbod en prijs van tomaten, rijst, suiker en koteletten. Herkenbaar van alledag en toch meer dan een samenhang van aanprijzingen.

Voor Henderikse heeft het altijd te maken met liefde die mensen hebben voor spullen en dingen die ze begeren en daarna weer wegdoen. Het is een fascinatie voor wat mensen beweegt. In Schiedam moet het bezoekers bewegen, blij maken, zonder kunstzinnige zwaarte.

Andy Warhol zei me toen niets. Nu nog steeds niet veel, maar toen helemaal niets.

Kunstenaar Jan Henderikse

Onvermijdelijk valt de naam van tijdgenoot Andy Warhol, de seriële uitvergroter van de moderne beschaving, van soepblikken tot bekendheden, inclusief Beatrix. Het was in de geest van Nul, maar Henderikse is niet geïnteresseerd in de vraag wie er eerder was. "Misschien was ik eerder, maar Warhol was een typisch popart-fenomeen", zegt hij. "Ik maakte geen popart. Ik heb nooit kritische kunst gemaakt. Popart maakte altijd iets met een boodschap en dat kan een leuke zijn, of een ironische. Dat heb ik nooit gedaan. Wat ik zag, wat mensen gebruikten, heb ik gewoon eigenlijk allemaal netjes naast elkaar gezet. Dus Warhol zei me toen helemaal niks. Het zegt me nog niet veel, maar toen helemaal niets."

Zien, meenemen en er iets mee doen. Dat is de kunstzinnige kern. Voor Henderikse is het als met de kurken en wijnflessen die hij in de vroege jaren 60 opraapte aan de Rijn. Hij is geïnteresseerd in het vermoedelijke menselijke verhaal erachter, misschien wel een huwelijk, wie weet. Het is weggooien en toch vasthouden. Henderikse: "Ja, er een nieuwe waarde aan geven. Alles en niets. Het is ook een beetje Nul."

Jeroen Wielaert / NOS

Voor de tentoonstelling in Schiedam liet hij een blankhouten tuinhuisje vol lampjes verrijzen waar een enorme stroom flessenkurken uit naar buiten spoelt. Het is als toen aan de Rijn, maar heel anders.

"Er is geen verhaal bij", zegt Henderikse, opnieuw zonder enige pretentie. "Ik houd van dat huisje, ik houd van kurken en van kerstverlichting, dingen die ik graag gebruik. Er is verder geen boodschap, niks. Ik vind het leuk. Ik hoop dat iedereen er blij van wordt om het te zien. Er is veel licht, veel ledlicht. Dat heb ik allemaal uit New York meegebracht, daar flikkert het meer dan in Europa. In New York en Antwerpen doe ik het ook, maar ik heb het nog nooit zo gecombineerd."