Wantrouwen, weemoed en hoop bij gevluchte Noord-Koreanen

Aangepast
Geschreven door
Michael de Smit
verslaggever

Gevluchte Noord-Koreanen die nu in Zuid-Korea leven gunnen het Noord-Koreaanse kunstrijdpaar, dat vandaag voor het eerstin actie kwam, het beste. Zonder wrok, maar wel met gemengde gevoelens. Het doet ze hopen dat er een kans is om hun familieleden in het Noorden ooit nog te kunnen zien.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Wat zou ik graag naar het strand gaan waar ik vroeger met mijn vrienden speelde'

"We zijn er niet op tegen dat communistische en democratische landen samenkomen tijdens de Spelen om te sporten. Dat verwelkomen we. Ik vind het goed." Aan het woord is de 80-jarige Kim Jin-kook. Hij vluchtte tijdens de Koreaanse oorlog in de jaren 50 mee met terugtrekkende troepen van de VN en het Zuid-Koreaanse leger.

"Ik verkies de Noord-Koreaanse sporters boven de sporters van andere landen. Omdat wij het Koreaanse volk zijn", vult mevrouw Min Bong-soon aan. Ook zij is geboren in Noord Korea.

Kim Jin-kook (midden) in een buurtcentrum met andere gevluchte Noord-Koreanen NOS

Ze vertellen hun verhaal in een buurtcentrum voor ouderen in Sokcho. Het is de meest noordelijke grote stad van Zuid-Korea. Er wonen veel vluchtelingen. Ook Kim Jin-kook woont er.

"Toen we vertrokken, dachten we dat we na een week of twee wel weer terug zouden gaan. Dus we lieten onze moeders, vrouwen en dochters achter." Ze zagen ze nooit meer terug.

Een potje kaart

In het buurtcentrum komen iedere dag oude Noord-Koreaanse vluchtelingen samen. Ze praten, eten en spelen er een potje kaart. De meesten vluchtten hierheen in hun tienerjaren. Ze bleven en wonen met veel andere gevluchte Noord-Koreanen in de wijk Abai. Ze zijn nu bijna allemaal de 80 gepasseerd en de groep wordt steeds kleiner.

Misschien tegen beter weten in hopen ze dat ze ooit nog eens terug kunnen naar hun geboortegrond of dat ze hun Noord-Koreaanse familieleden naar het zuiden kunnen halen. "Een vreedzame hereniging zou heel mooi zijn. Dat de mensen uit Noord-Korea hierheen kunnen komen. Daar hoop ik op," zegt Min Bong-soon.

Ik vertrouw Kim Jong-un niet.

Min Bong-soon

Maar wantrouwen tegen de bedoelingen van de Noord-Koreaanse president Kim Jong-un is er ook onder de ouderen: "Ik vertrouw hem niet. Kim Jo-jong, zijn zus, had een handgeschreven uitnodiging voor onze president Moon bij zich. Maar we vertrouwen het niet."

Om dicht in de buurt van hun geboortegrond te komen moeten de ouderen uit Sokcho veertig kilometer rijden naar de gedemilitariseerde zone. Daar staat aan de Zuid-Koreaanse kant een uitkijktoren waarvandaan het Noord-Koreaans grondgebied te zien is.

Prikkeldraad bij de grens tussen Noord- en Zuid-Korea NOS

De 84-jarige Kim Gun-wook maakt die reis vandaag. Hij is moeilijk ter been, maar als hij hoort dat hij mee mag rijden naar de uitkijktoren gaat hij graag mee. "Ik ben ontroerd om mijn vaderland weer te zien. Wij woonden ook vlak bij de zee, zoals hier. Het uitzicht is zo goed, het water is heel helder. Ja, we woonden in net zo n omgeving als hier."

Militairen en hekken

Het is een bijzondere plek aan de grens. Als er geen prikkeldraad zou zijn, had het uitzicht zo op de voorkant van een reisbrochure gepast. Maar de altijd aanwezige militairen, de barricades en de hekken zorgen voor een onheilspellend gevoel. Kim Gun-wook vluchtte met zijn vader en broer. Zijn moeder, zus en een andere broer bleven achter.

"Natuurlijk zou het prachtig zijn als er een hereniging zou komen voordat ik sterf. Maar mijn broer en vader en veel andere mensen die met ons hierheen kwamen, zijn vrijwel allemaal dood. Ook voor mij is het bijna tijd om dood te gaan. Zo gaat het leven."

STER Reclame