AFP

Bij de slag om de Iraakse stad Mosul zijn tussen de herfst van 2016 en de zomer van 2017 in totaal tussen de 9000 en 11.000 burgers omgekomen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Amerikaanse persbureau AP. Er zijn al eerder schattingen gemaakt van het aantal burgerslachtoffers, onder meer door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Daarin werd uitgegaan van enkele duizenden slachtoffers onder de bevolking, maar zulke hoge aantallen als nu zijn er nog niet geweest.

AP heeft onderzoek gedaan naar registratielijsten van begraafplaatsen en databases van hulporganisaties. Troepen van het Iraakse leger en de coalitie die door de VS werd geleid worden verantwoordelijk gehouden voor zo'n 3200 slachtoffers. Die vielen vooral bij luchtaanvallen en artillerievuur. De coalitie zelf erkent slechts 326 doden.

Een derde van de slachtoffers viel volgens het onderzoek bij luchtaanvallen van de coalitie en Iraakse troepen. Een ander deel werd gedood tijdens het slotoffensief van Islamitische Staat. Naar verluidt liggen er nog steeds honderden slachtoffers onder het puin in de stad.

Luchtaanvallen op het westen van Mosul in maart AFP

Desinteresse

"Het is een van de grootste aanvallen op een stad in generaties", zegt Chris Woods van de organisatie die de oorlog documenteerde en zijn bevindingen deelde met AP. "Er is niemand die dat ontkent, behalve de overheid en de coalitie. Meer duidelijkheid over hoe deze burgers zijn omgekomen, kan helpen om levens te redden als de volgende keer zoiets gebeurt. De desinteresse in dit soort onderzoeken is ontmoedigend."

De slag om Mosul duurde ruim negen maanden. Het oosten van de stad werd in januari al heroverd, maar het duurde nog tot juli voordat de laatste terroristen zich hadden overgegeven. De bevolking van de Iraakse stad had zwaar te lijden onder de gevechten. Ruim 900.000 mensen sloegen op de vlucht.

STER reclame