Gerrit voor de cel waar hij is vastgezet door de Duitsers NOS / Joris van de Kerkhof

"Opeens stond er een man met een soort bivakmuts over zijn hoofd en een pistool in zijn hand voor de celdeur. 'Fokkema's, opstaan, weggaan hier.' Ik liep met mijn vader en mijn broer de cel uit en zei zachtjes: 'Dit is het einde, nu worden we doodgeschoten.' Broer Ruurd zei: 'Nee, ik geloof dat we bevrijd worden.' Ruurd had gelijk."

Het was het begin van de bevrijding van de familie Fokkema door het verzet.

Gerrit Fokkema (94) vertelt zijn verhaal in de gevangeniscel waar hij in 1944 drie weken zat. Vandaag, precies 73 jaar geleden, werd hij bevrijd, samen met zijn vader, zijn broer en nog vijftig anderen. De cel in de Blokhuispoort in Leeuwarden wordt vandaag opnieuw in gebruik genomen. Nu niet als cel, maar als herdenkingsplek. Midden in het bedompte hok staat een museale paal met uitleg over de overval van toen.

De Blokhuispoort is vanaf vandaag in gebruik als herdenkingsplek NOS / Joris van de Kerkhof

Gerrit is de afgelopen jaren vaker terug naar de locatie gegaan. Als jonge jongen wilde hij niet te werk gesteld worden in Duitsland. Hij dook onder, had verschillende adressen, maar het voelde steeds niet veilig. Het verzet had hem een nieuw persoonsbewijs gegeven. Hij was daarop veel ouder dan hij in werkelijkheid was. Als hij zou worden aangehouden, dan hoefde hij toch niet naar Duitsland, zo was het idee.

Maar toen het laatste onderduikadres opnieuw niet veilig genoeg leek, ging hij even naar zijn ouderlijk huis. De groente en fruithandel van zijn ouders leek veilig. Toch werd hij daar door de Duitsers meegenomen. Ze waren op zoek naar zijn jongere broer Ruurd, hij zat in het verzet. Ze vonden Ruurd niet, maar wel Gerrit, en zijn vader.

De eenpersoonscel was klein, maar met broer en vader was het te doen.

Gerrit

Ruurd werd later gearresteerd. Ze kwamen uiteindelijk met zijn drieën in een cel. "Dat was fijn", zegt Gerrit. "De eenpersoonscel was klein, maar met broer en vader was het te doen." Er was nauwelijks licht, en er vielen veel stiltes. Net als thuis werd er weinig gesproken.

De bevrijdingsactie was nauwgezet voorbereid. De bevrijde mannen liepen in groepjes van vijf de stad in. Iedereen had een code meegekregen. Ze moesten aan mensen vragen hoe laat het was. Als er iemand zei: 'Het wordt hoog tijd dat we thuiskomen', dan was het goed.

Toen ze die persoon hadden gevonden, liepen Gerrit en de rest van de groep achter hem aan. Broer Ruurd was bij een andere groep ingedeeld. Uiteindelijk kwamen ze bij hun nieuwe onderduikadres, met een nieuw persoonsbewijs.

Duitse herder

De schuilnaam van Gerrit werd Alle Frieswijk, geboren in Nijmegen. Op het eerste adres waar Gerrit als 'Alle' ging wonen, kwamen de Duitsers kijken. De Duitsers liepen met een Duitse herder over de vloer, maar ze ontdekten hem niet.

Op het volgende adres zat hij met ondervoede jongens uit Rotterdam en met een groep Friezen. Hij moest af en toe op zijn tong bijten om niet Fries terug te praten, want 'Alle' uit Nijmegen sprak die taal natuurlijk niet.

Na vier maanden werd Frieswijk bevrijd en werd 'Alle' weer Gerrit. Het normale leven begon weer en bij de familie Fokkema werd ouderwets gezwegen. Er moest gewerkt worden in de aardappel- en groentewinkel van pa en ma. Gerrit trouwde, zijn broer verhuisde naar het centrum van het land.

Hoe het voor Ruurd was weet ik niet.

Gerrit

In de jaren die daarop volgden, belden de broers elkaar meestal wel op 8 december op. "Het is weer een jaar langer geleden dat de overval was, dat we bevrijd zijn." Maar hoe het voor Ruurd was, weet Gerrit niet. Ook nu niet, na 73 jaar. Ruurd is inmiddels overleden.

"Natuurlijk noem ik Ruurd in de verhalen die ik vertel over de oorlog, de overval en de bevrijding, maar hoe het voor hem was weet ik niet. Pas een jaar geleden, jaren na zijn dood, kwam ik erachter waar Ruurd de laatste maanden van de oorlog ondergedoken heeft gezeten."

De cel van de Fokkema's is vanaf vandaag te bezichtigen in de Blokhuispoort in Leeuwarden.

STER reclame