OM wil drie maanden cel voor wapenhandelaar die burgemeester bedreigde

Politie bij het pand van Jan B. in Hulten Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte

Tegen een belangrijke wapenleverancier voor de Amsterdamse onderwereld, de 67-jarige Brabander Jan B., is door het Openbaar Ministerie drie maanden gevangenisstraf geëist voor het bedreigen van burgemeester Jan Boelhouwer van Gilze en Rijen.

Opvallend is dat in maart het OM nog instemde met een verzoek van B. zelf om hem niet te vervolgen. B. was die maand namelijk al veroordeeld tot 5 jaar en 7 maanden voor wapenhandel en kreeg in januari ook nog eens 2,5 jaar cel voor het in stukken hakken van een lijk en het dumpen ervan in een kanaal.

Burgemeester Boelhouwer sprak daar destijds schande van. "Het is een premie voor bedreiging. Als je toch al misdaden pleegt, kun je bedreiging er gewoon bij doen. Je wordt toch niet gestraft. Al kreeg hij maar één dag vanwege de bedreiging", zei de burgemeester toen tegen Omroep Brabant.

Nu is er dan toch een strafeis. Volgens NOS-verslaggever Maino Remmers die bij de zitting aanwezig was, kiest het OM hiervoor omdat de stemming in de samenleving is gedraaid. "Er zijn volgens het OM veel bedreigingen van burgemeesters en dat moet worden gestopt."

'Het gedrag van verdachte is volstrekt ontoelaatbaar'

De bedreiging van burgemeester Boelhouwer stamt uit 2015. Na aanwijzingen dat B. op weg was naar diens huis om een aanslag te plegen kreeg Boelhouwer beveiliging. B. was boos over een controle bij zijn boerderij in Hulten. Tijdens die controle zouden ook een gemeenteambtenaar en een politieagent bedreigd zijn.

Vandaag tijdens de zitting in de rechtbank in Breda bekende B. een gemeenteambtenaar en een politieagent te hebben bedreigd, maar ontkende hij het bedreigen van de burgemeester. "De burgemeester is publiciteitsgeil en komt maar al te graag op tv om het allemaal flink uit te venten. Ik heb de beste man nooit ontmoet. De gemeente traineert mij alleen maar", zei B.

De advocaat van B. noemt de strafeis "beschamend", omdat er was beloofd dat de zaak eerst niet eens door zou gaan. Volgens de advocaat is zijn cliënt een mikpunt geworden vanwege zijn naam, wordt hier normaal een taakstraf voor gegeven en is de strafeis disproportioneel.

Op 19 december doet de rechter uitspraak.