'Mister PSP' Fred van der Spek, de man die vond dat hij gelijk had

Fred van de Spek bij een manifestatie in 2001 tegen de Indonesische president Megawati ANP
Geschreven door
Dik Verkuil
redacteur Online

Op 93-jarige leeftijd is de socialist Fred van der Spek overleden. Hij zat bijna twintig jaar, van 1967 tot 1986, in de Tweede Kamer voor de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), waarvan de laatste acht jaar als fractieleider.

Ter karakterisering van Van der Spek is het woord rechtlijnig op zijn plaats. Hij was in de jaren zeventig en tachtig, een tijd dat links nog populair was, hét gezicht van het principiële, onbuigzame antimilitarisme, socialisme en republikanisme. Omdat hij geen concessies wenste te doen, brak hij uiteindelijk met zijn partij toen die besloot samen te werken met de PPR en de CPN, een samenwerking waaruit later GroenLinks voortkwam.

Scheikunde

Van der Spek was scheikundige en werkte van 1953 tot 1967 als leraar natuur- en scheikunde aan het Baarnsch Lyceum, waar ook de prinsessen op zaten. Hij was van huis uit socialist. Door zijn natuurwetenschappelijke achtergrond werd hij in 1946 ook pacifist. Een hoogleraar natuurkunde overtuigde hem van de verderfelijkheid van de atoombom.

Hij hield daarvan zijn adagium over: de wereld zal socialistisch zijn, of ze zal níet zijn. Hij wilde niet zomaar wat hervormingen, hij wilde het kapitalistische systeem van vrije ondernemingsgewijze productie volledig afschaffen en vervangen door een systeem waarin de arbeiders en de gemeenschap controle over de productie hadden.

Sarcastisch en scherp

In 1957 was Van der Spek een van de oprichters van de PSP, waarvoor hij in 1963 als fractieleider in de Eerste Kamer kwam en in 1967 in de Tweede Kamer. Hij viel op als een sarcastisch en scherp debater, en een onverzoenlijk tegenstander van de NAVO, de Amerikanen en rechts in het algemeen.

De PSP was aanvankelijk een partij van keurige vrijzinnige dominees en andere zweverige idealisten, maar werd vanaf 1965 overgenomen door langharige vertegenwoordigers van de protestgeneratie, met vaak extremistische ideeën. De in pak gestoken en geaffecteerd pratende Van der Spek stak daar uiterlijk nogal bij af, maar in zijn ideeën was hij zeker niet minder radicaal.

Isolement

Door zijn starre standpunten raakte de PSP in de jaren zeventig geïsoleerd, ook van de PvdA, waar voor die tijd lokale samenwerking mee op gang was gekomen. Na de verkiezingen in 1977 hield de PSP maar één zetel over; later werden het er weer drie, maar de klein-linkse partijen kwamen nooit meer in de buurt bij hun scores uit het begin van de jaren zeventig.

Het leidde tot samenwerkingsgesprekken, waarin Van der Spek en zijn 'spektariërs' steevast de boot afhielden en in 1985 zelfs de deur naar klein-links in het slot gooiden.

Gezeur over samenwerking

Het tij keerde echter toen het partijcongres in datzelfde jaar verrassend niet Van der Spek, maar Andree van Es als lijsttrekker koos. 'Mister PSP', zoals hij werd genoemd, was het gezeur over linkse samenwerking zat, stapte met enkele honderden leden uit de PSP en richtte de Partij voor Socialisme en Ontwapening op, die kort daarna door onderlinge ruzies ten onder ging. In 1992 probeerde hij het nog een keer met de PSP 92, maar ook dat leidde tot niets.

Vreugdeloos

In 2003 concludeerde hij in een gesprek met Vrij Nederland vreugdeloos schaterlachend, dat hij helemaal niets had bereikt. Zijn gedachtengoed was volledig verdwenen, ook de SP was zo verwaterd dat hij daar niets in zag. Als hij zou sterven, zou met hem het socialisme in Nederland verdwenen zijn.

Hij had in zijn leven geleerd dat je gelijk kunt hebben, zonder het te krijgen. Maar hij had, zo vond hij, er toch maar mooi voor gezorgd dat de PSP jarenlang een herkenbaar alternatief voor links Nederland was geweest.