Van vmbo naar havo of toch naar mbo? Twee scholen, twee ervaringen

NOS
Geschreven door
Bas de Vries
Research-redacteur

Gemiddeld stroomt zo’n 16 procent van de geslaagde vmbo-leerlingen in Nederland door naar de havo, blijkt uit een analyse van de NOS, terwijl het leeuwendeel na het eindexamen verder gaat op een mbo. Het is een gemiddelde waarachter grote verschillen tussen scholen schuilgaan. Soms binnen één gemeente.

Een voorbeeld vormen twee scholengemeenschappen in Apeldoorn. Waar op het Christelijk Lyceum 41 procent van de vmbo'ers binnen de eigen school op de havo terechtkomt, is dat 3 kilometer verderop, op de reformatorische scholengemeenschap Jacobus Fruytier, nog geen 3 procent.

Ouders

Volgens directeur vmbo Eduard Kooij van Jacobus Fruytier is de relatief geringe doorstroom op zijn school te verklaren uit een onderwijstraditie die vooral gericht is op het goed opleiden van leerlingen voor een gedegen beroep. "Ouders verwachten dat ook van ons: zij hebben relatief vaak een eigen bedrijf of zijn zelfstandige. Maar ook wij houden in de loop van de jaren goed in de gaten wie in aanmerking komt voor doorstroming. Zo'n 20 procent van onze leerlingen in 3 havo kwam met een vmbo-advies van de basisschool."

Het Christelijk Lyceum stuurt volgens rector Ingrid Janmaat wél gericht op doorstroming naar de havo van vmbo-leerlingen die daar de capaciteiten voor hebben. Belangrijk daarbij is volgens haar de ontwikkeling die leerlingen nog doormaken na het krijgen van het basisschooladvies.

Het Christelijk Lyceum in Apeldoorn NOS

Janmaat: “Ook in leerjaar 2, 3 en 4 kijken we naar de ontwikkeling die een leerling nog doormaakt. Als een leerling gemotiveerd is en de capaciteiten heeft om door te stromen naar havo, geven wij deze kans. Maar ook wij moeten soms een advies geven aan leerlingen die naar de havo willen, maar waarvan wij niet denken dat die daar geschikt voor zijn. Bedenk: ook bij ons gaat nog altijd de meerderheid naar het mbo. Dat is ook goed onderwijs. Het gaat er altijd om wat het beste past bij een leerling.”

Gemiddelde

Minister Slob wees er vandaag in de Tweede Kamer op dat hij een wet voorbereidt die een 'doorstroomrecht' regelt voor leerlingen die van het vmbo naar de havo willen. Scholen mogen dan niet langer blokkades - zoals een 6,8 gemiddeld - opwerpen voor vmbo'ers die hun zinnen op een havo-carrière hebben gezet.

Maar "doorstroomcijfers zeggen niet alles”, stelde voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller in het NOS Radio 1 Journaal. Dat onderschrijft rector Janmaat van het Christelijk Lyceum. Haar school komt niet ieder schooljaar op de hoge score van 41 procent van de leerlingen die naar de havo gaat. De NOS-analyse van de data op ‘Scholen op de kaart' gaat over 2015/2016; de afgelopen zomer kwam het Christelijk Lyceum volgens Janmaat rond de 30 procent uit.

Jacobus Fruytier komt flink lager uit, op 3 procent. En dat is ook nog een gemiddelde van drie vestigingen. De doorstroom in Apeldoorn is volgens directeur Kooij over het algemeen iets hoger dan die in de dependances in Uddel en Rijssen.

De reformatorische scholengemeenschap Jacobus Fruytier NOS

Vraag is nu wat er gaat veranderen als over twee jaar het doorstroomrecht wordt ingevoerd. Volgens D66-Kamerlid Paul van Meenen, een van de initiatiefnemers van deze maatregel, gaat het hier om een principieel punt: niet de schoolleiding, maar leerlingen en hun ouders moeten uiteindelijk deze beslissing nemen. “Wel natuurlijk met goede voorlichting over de mogelijkheden van zowel het mbo als de havo.”

Gaan veel leerlingen een beroep doen op dat absolute recht? Ook als de school ervan overtuigd is dat hij of zij veel geschikter is voor een beroepsopleiding dan voor de havo? Directeur Kooij van Jacobus Fruytier vraagt het zich af. “Maar als het wel gebeurt, ben ik bang dat de kans op minder succesvolle leerroutes en teleurstellingen gaat toenemen. De aansluiting van vmbo naar havo is inhoudelijk nu onvoldoende.”

Afgerekend

Want daar zijn alle partijen in de discussie over doorstroming het over eens: helemaal vanzelf gaat de doorstroming op dit moment bepaald niet. Niet alleen moeten vmbo’ers op de havo een vak extra volgen, ook bij een vak als wiskunde moeten zij een aantal onderdelen inhalen.

Rosenmöller van de VO-raad: “Veel leerlingen blijven nu zitten in havo 4 als zij van het vmbo komen. Dus daar moeten we veel aan gaan doen nu dat doorstroomrecht er komt. De programma’s moeten veel beter op elkaar aansluiten. En wat ook belangrijk is: scholen moeten er door de inspectie niet op worden afgerekend als ze veel leerlingen zo’n kans geven.”