Vluchtelingen lopen op tegen Kroatische politie: 'Stokslagen, vuistslagen en schoppen'

time icon Aangepast
Mitra Nazar | NOS
Geschreven door
Mitra Nazar
correspondent Balkan

"Ze sloegen ons met zwarte stokken. Op mijn rug, mijn benen en boven mijn oog. Daarna brachten ze ons terug naar de grens."

Aziz (23) zit op zijn bed in een Servisch opvangcentrum, vlak bij de Kroatische grens. Hij komt uit Afghanistan en reisde via Turkije en Bulgarije naar Servië. Hier is hij nu acht maanden. Aziz denkt terug aan die ochtend, ongeveer een maand geleden. Het was de zoveelste keer dat hij probeerde illegaal de grens naar Kroatië over te steken.

Meestal richt het geweld zich op de mobiele telefoons, die migranten en vluchtelingen gebruiken om de weg naar de grens te vinden. Politieagenten stampen of slaan de mobieltjes kapot. Maar zo nu en dan hebben ze pech, zegt Aziz. Dan worden ze ook mishandeld.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Ze sloegen mijn man en mijn kinderen'

"Ze zeiden dat ze private police waren. Ze reden in zwarte auto's en droegen geen uniform." Boven zijn oog is de wond inmiddels een litteken geworden. Hij heeft een paar dagen last van zijn hoofd gehad. Maar na een week voelde hij zich goed en stond hij opnieuw in de bossen bij de grens.

Jonge mannen

In het Servische grensplaatsje Sid lopen op een gemiddelde dag naar schatting 100 tot 150 migranten en vluchtelingen rond. Het zijn uitsluitend jonge mannen. Veel van hen zijn Afghanen en Pakistanen, maar er zijn ook Syriërs, Algerijnen, Marokkanen en Tunesiërs bij. Ze bivakkeren in vervallen fabriekspanden of slapen in tentjes in de bossen rondom de grens. Ze noemen het "de jungle". Twee keer per dag, als een kleine hulporganisatie maaltijden uitdeelt, komen ze allemaal op één plek bij elkaar.

Bijna iedereen heeft een verhaal over de Kroatische politie. Velen zijn eerder ook al mishandeld door de Hongaarse politie, toen ze daar de grens probeerden over te komen. Een man laat een diepe wond op zijn onderbeen zien, van een stokslag. Een ander had een gebroken pink en verloor een tand door een vuistslag op zijn gezicht.

We zien blauwe plekken en wonden door stokslagen, vuistslagen en schoppen.

Artsen zonder Grenzen

Artsen zonder Grenzen in Servië, die geregeld rapporten uitbrengt over geweld tegen migranten op de Balkanroute, behandelde inmiddels honderden mensen aan verwondingen die ze opliepen op hun vlucht. "De meerderheid van de mensen die bij ons komen verklaren dat ze te maken hebben gehad met politiegeweld", zegt Andrea Constante van AzG. Hij benadrukt dat het onmogelijk is de verhalen van de migranten en vluchtelingen te controleren, maar dat de verwondingen die ze zien voor zich spreken. "We zien blauwe plekken en wonden door stokslagen, vuistslagen en schoppen."

Familie-tablet kapot

Ook families met kinderen die de oversteek wagen hebben te maken gehad met geweld, blijkt uit een verklaring van een Afghaanse vrouw die anoniem wil blijven. Acht keer liep ze met haar man en drie jonge kinderen de grens over. Ze sliepen in de jungle en liepen drie dagen aan een stuk. Elke keer werden ze door de politie teruggestuurd naar de Servische grens met de boodschap: kom niet terug. Dat gebeurde ook nadat ze zeiden dat ze in EU-land Kroatië asiel wilden aanvragen.

De laatste keer, twee maanden geleden, ging het mis, vertelt ze. "Ze sloegen mijn man met een stuk hout, grepen mij hard bij de arm en duwden mijn kinderen." Haar man kon een paar dagen niet goed lopen van de pijn. Op haar bovenarm zaten blauwe plekken. De tablet waar alle familiefoto s en belangrijke documenten op stonden, werd op de grond kapot gegooid.

Ze zegt dat het ze het binnenkort toch weer zullen proberen. "We zijn wanhopig", zegt de vrouw. "In Afghanistan was ik lerares, nu zit ik de hele dag in een kleine kamer te piekeren over de toekomst van mijn kinderen. Drie jaar zijn we al onderweg. Wat moeten we anders?"

'Geen bewijs'

Een woordvoerder van de Kroatische politie reageert per mail op de beschuldigingen van de vluchtelingen en migranten. "We onderzoeken elke melding van geweld zorgvuldig. Maar in de meerderheid van deze zaken ontbreekt het aan precieze tijd en plaats waar het incident zou hebben plaatsgevonden, wat het moeilijk maakt de aantijgingen te controleren. In de zaken die we wel hebben kunnen onderzoeken, hebben we geen bewijs gevonden voor onprofessioneel en onrechtmatig gedrag van politieagenten tegenover migranten."

Artsen zonder Grenzen gaat nog een stap verder in de kritiek op Kroatië: zo zou het land zich ook schuldig maken aan mensenrechtenschendingen, omdat in veel gevallen geen gehoor wordt gegeven aan een asielaanvraag. AzG-woordvoerder Constante noemt het zorgelijk dat mensen dat basisrecht wordt geweigerd. Ook andere mensenrechtenorganisaties hekelen die gang van zaken.

Mitra Nazar | NOS

Op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis kwamen er naar schatting 650.000 vluchtelingen en migranten door Kroatië, maar sinds maart 2016 zijn de grenzen nagenoeg dicht. Op een paar onbewaakte plekken komen toch nog dagelijks vluchtelingen de grens over. Kroatië is, net als Servië, een doorreisland: de meesten hopen uiteindelijk in Noord- of West-Europa te komen.

'Niemand helpt ons'

Ook Durdana Zazai, een 12-jarig meisje uit Afghanistan, werd teruggestuurd toen ze met familieleden voor asiel aanklopte in Kroatië. Zazai heeft polio en kan niet meer lopen. Haar neef droeg haar op zijn rug door de bossen. Toen ze de Kroatische politie tegenkwamen, werd ze verteld dat ze naar Zagreb zouden worden gebracht. In plaats daarvan reed de politie ze terug naar de Servische grens, vertelt neef Younis.

Nu zit Durdana in een opvangcentrum in Servië. Ze wordt daar niet behandeld voor polio. Haar ouders zijn in Duitsland. "We zijn naar Europa gekomen voor haar behandeling", zegt Younis. "We staan op een lijst om legaal naar Duitsland te gaan, maar we wachten al acht maanden. Niemand helpt ons."

Ondanks alle verhalen komen er elke dag nieuwe mensen naar de grens. Ze nemen de trein of komen te voet uit Belgrado, zegt Bruno Alvarez Contreras, oprichter van de kleine Spaanse hulporganisatie No-Name Kitchen. Hij ziet ze elke dag gaan en gehavend weer terugkomen. "Politie in een EU-land zou beter moeten weten", zegt hij. "Dat ze deze mensen mishandelen is ongelooflijk."

De hulpverlener schat dat 85 procent van de pogingen de grens over te steken mislukt. Een enkeling heeft geluk en bereikt Zagreb of Slovenië. Daaruit putten de anderen hoop, daarom blijven ze het proberen. Elke dag opnieuw.

STER Reclame