Aquariumexperts bijeen in Arnhem: hoe kweek je adelaarsroggen en epaulethaaien?

ANP

Een Europese primeur was het in 2009: voor het eerst was het Burgers' Zoo gelukt om een adelaarsrog te kweken. Inmiddels zwemmen er zo'n vijftig van die roggen rond in Europese aquaria. Mede vanwege dat succes heeft de Arnhemse dierentuin deze week 200 aquariumexperts over de vloer, met één gezamenlijk doel: zo veel mogelijk vissen kweken, zodat ze niet uit zee gehaald hoeven worden.

"Dit is een Napoleonvis", zegt conservator Max Janse van Burgers' Zoo terwijl hij naar een groot aquarium wijst. De groenige vis is met een halve meter best groot vergeleken met de andere bewoners van het aquarium, maar het is nog een jonkie. "Ze kunnen uiteindelijk twee meter worden."

De Napoleonvis heeft een probleem: hij heeft erg dikke lippen. "Die schijnen in China een delicatesse te zijn. Het is nu een bedreigde soort."

Net als de adelaarsrog heeft de napoleonvis dus baat bij kweekprogramma's. "Adelaarsroggen zijn heel lastig om in een aquarium te houden. Het is heel gaaf dat het ons gelukt is om die soort te kweken.

Een pasgeboren adelaarsrog in Burgers' Zoo ANP

In een apart deel van het gebouw bevindt zich de 'kraamkamer' van het aquarium. Elke soort heeft zijn eigen bak en pompen zorgen een optimale leefomgeving. Janse toont een zandkleurige epaulethaai met twee stippen. "Nepogen. Als je als grote roofvis zo'n stip in een grotopening ziet, denk je: daar zit iets heel groots achter. Terwijl het een heel klein haaitje is."

De haaitjes planten zich wat makkelijker voort in gevangenschap. "Het is een eierleggende haai", legt de bioloog uit. "Die zijn over het algemeen redelijk makkelijk te kweken."

Zorgen

Met adelaarsroggen is dat een ander verhaal, want dat zijn eierlevendbarende vissen: ze broeden de eieren in het lichaam uit. "Die zijn weer een stukje lastiger te kweken. Als zo'n rog geboren is, wordt hij gelijk weggehaald. Want we zijn bang dat hij wordt opgegeten of zijn plek in de groep niet kan vinden. Als het achter de schermen goed gaat, sturen we hem na een paar maanden naar een ander aquarium."

De eitjes drijven rond en verdwijnen óf in de bek van andere vissen óf in de filters. En als ze eenmaal uitkomen komt er een piepklein larfje uit.

Max Janse, conservator Burgers' Zoo

Iedere vis heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing, vertelt Janse. De chemie tussen de dieren moet goed zijn, maar ook de chemie in het water. "Veel ruimte, rust, er komt nogal wat bij kijken."

Koraalvissen

Een van de grootste huzarenstukjes in het aquarium is de kweek van koraalvissen. "Die gooien de eitjes en sperma hup, het water in. Die eitjes drijven dan rond en verdwijnen óf in de bek van andere vissen óf in de filters. En als ze eenmaal uitkomen, komt er een piepklein larfje uit. Dat heeft een heel kleine kans om te overleven, dus het is heel moeilijk om die visjes te kweken."

Om toch resultaten te bereiken is samenwerking met andere aquaria en het uitwisselen van ervaringen belangrijk. Vandaar het congres van aquariumprofessionals in Arnhem. "Je kunt dit niet alleen. We hebben deze week bijvoorbeeld een Skype-meeting met een aquarium in Amerika. Daar zijn ze nu bezig met een project waarbij de eieren uit de aquaria gehaald worden en naar een speciaal kweekcentrum worden gebracht om ze op te kweken. En de eerste succesjes zijn er. Dat moeten we nu in Europa ook proberen te bereiken."

Uiteindelijk moeten zo veel mogelijk vissen uit eigen kweek komen. Maar waarschijnlijk niet allemaal, verwacht Janse. "Het zou verschrikkelijk leuk zijn, maar er zijn soorten die zo algemeen voorkomen in zee, daar hoeft het niet voor. Het gaat om de beschermde soorten die het echt nodig hebben. Daarmee moeten we aan de gang gaan."