Monarchie en democratie hand in hand bij aantreden nieuw kabinet

ANP
Geschreven door
Piet van Asseldonk
redacteur Koninklijk Huis

Zodra kabinetsformateur Mark Rutte zijn nieuwe regeringsploeg rond heeft, worden de nieuwe bewindslieden bij Koninklijk Besluit benoemd. Vervolgens moeten de nieuwe ministers en staatssecretarissen beëdigd worden. Pas dan kan het nieuwe kabinet echt aan de slag.

Met name de beëdiging ten overstaan van de koning - en dus niet dóór de koning - combineert monarchie en democratie. In de ambtseed die de nieuwe bewindslieden afleggen, zweren of beloven ze trouw aan de koning. Dat is de monarchie.

De aantredende ministers doen dat echter in de wetenschap dat zij verantwoordelijk zijn voor de onschendbare koning en dat zij dus, mits gesteund door het parlement, uiteindelijk de dienst uitmaken. Dat is de democratie.

Onschendbare koning

Ons staatsbestel heeft dus zowel een monarchaal als een democratisch gezicht. Die zijn met elkaar 'verzoend' door de indertijd grote macht van de koning ondergeschikt te maken aan de macht van het gekozen parlement.

In het beroemde, uit 1848 stammende grondwetsartikel 53, is dat verwoord met de beknoptheid van een Twitterbericht: "De koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk".

De combinatie monarchie en democratie, in feite een historisch bepaald compromis, is de kern van ons staatsbestel. We zien een met alle uiterlijke symbolen van de macht toegeruste koning die feitelijk niet bijster veel macht (meer) heeft. We zien op Prinsjesdag een koning die een Troonrede voorleest die hij niet zelf schreef.

Beëdigingsceremonie

Een nog duidelijker voorbeeld is de beëdiging van nieuwe kabinetsleden die we binnenkort op televisie kunnen meebeleven. De beëdigingsceremonie in het koninklijk paleis is pas sinds het aantreden van het nu verdwijnend kabinet openbaar. Dat was in 2012; nog onder koningin Beatrix, die overigens niet blij was met die openbaarheid.

Rutte op bezoek bij de koning ANP

Bewindslieden die van Rutte II doorschuiven naar Rutte III, hoeven niet opnieuw beëdigd te worden. Het door hen aangeboden ontslag wordt simpelweg niet ingewilligd.

De nieuwe ministers en staatssecretarissen van Rutte III moeten overeenkomstig artikel 49 van de grondwet ten overstaan van de koning een eed, dan wel verklaring en belofte afleggen waarbij zij trouw aan de grondwet en een getrouwe vervulling van hun ambt beloven.

Onkreukbaar

Deze grondwettelijke eis is verder uitgewerkt in de 'Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal'. De bewindslieden moeten op grond daarvan zweren of beloven dat ze hun ambt niet op enigerlei manier gekocht hebben en dat ze hun ambt onkreukbaar zullen vervullen.

Naast deze zuiveringseed moeten ze, hoewel de grondwet dat niet expliciet eist, ook trouw aan de koning beloven. Het is niet uniek dat bewindslieden, behalve aan de grondwet, ook trouw zweren aan de koning. Nieuw gekozen leden van de Eerste en Tweede Kamer moeten dat ook, maar zij doen het in de eerste vergadering van de nieuw gekozen kamers.

Bewindslieden leggen hun ambts- en zuiveringseed niet af ten overstaan van de parlementsleden bij de gratie van wie zij kunnen en mogen regeren. Dat wordt goedgemaakt via het afleggen van een regeringsverklaring in de Tweede Kamer door het nieuwe kabinet.

Monarchaal tintje

Daarna kunnen de gekozen volksvertegenwoordigers zich vóór of tegen het kabinet uitspreken. Het parlement kan de nieuwe bewindslieden prompt tot aftreden dwingen. Dat is democratie.

De koning kan dat niet. Wel benoemt en ontslaat hij bewindslieden bij Koninklijk Besluit. Dat is monarchie. Maar hij kan dat alleen als die koninklijke benoemingsbesluiten ook ondertekend worden door de minister-president. Dat is constitutionele monarchie: democratie met een (sierlijk) monarchaal tintje.