Een medewerker in de Haagse Openbare Bibliotheek ANP

Er lopen steeds meer ouderen rond op de werkvloer. Het percentage 55- tot 75-jarigen met een betaalde baan steeg de afgelopen dertien jaar van 27,2 naar 39,7 procent, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Dat betekent dat er in Nederland momenteel ruim anderhalf miljoen oudere werknemers zijn. In bibliotheken en musea zijn de meeste senioren te vinden: onder bibliothecarissen en conservatoren was in 2016 de helft 55-plusser. Ook bijna de helft van alle buschauffeurs en trambestuurders is ouder dan 55 jaar.

De bevolking vergrijst en dus stijgt het aantal ouderen dat werkt logischerwijs. Het percentage ouderen dat werkt is ten opzichte van 2003 echter ook gestegen. Vooral 60- tot 65-jarigen zijn vaker aan het werk dan voorheen. Dat heeft alles te maken met de afbouw van regelingen voor prepensioen en de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd (nu 65 jaar en 9 maanden, in 2021 is dat 67 jaar).

Jongeren vaker ziek

Nog steeds zijn meer mannen op latere leeftijd aan het werk, maar het aantal werkende vrouwen tussen 55 en 75 jaar is in de afgelopen dertien jaar verdubbeld naar bijna 650.000. Dat is ongeveer 32 procent van alle oudere vrouwen in Nederland.

Ondanks de hogere leeftijd noemt het grote merendeel van de werkende ouderen zichzelf gezond. Jongere medewerkers zijn zelfs vaker ziek dan oudere medewerkers. Als de senioren ziek zijn, zitten ze echter langer thuis dan hun jongere collega's.

STER reclame