Weer minder gemeenten subsidiëren schoolzwemmen

ANP

Nederlandse gemeenten geven minder subsidie aan schoolzwemmen dan vijf jaar geleden. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat 30 procent van de gemeenten schoolzwemmen nog financieel ondersteunt, in 2012 was dat nog bijna 43 procent. Destijds waren al nieuwe bezuinigingen aangekondigd.

In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag wordt volgens de onderzoekers nog wel relatief veel geïnvesteerd in het schoolzwemmen. Waar de lessen in kleine gemeenten vaak dienen als "natte gymles", is het doel hier om kinderen niet zonder A-diploma de basisschool te laten verlaten. De kinderen in de grote steden zouden vaker dan in kleine gemeenten niet kunnen zwemmen zonder het schoolzwemmen.

Verwacht wordt dat het aantal scholen dat zwemles aanbiedt nog iets zal dalen de komende jaren. Wel zeggen de onderzoekers dat de zwemlessen in veel gemeenten niet meer noodzakelijk zijn, omdat kinderen al een zwemdiploma hebben voor ze aan schoolzwemmen beginnen.

Verantwoordelijkheid

De meeste gemeenten vinden dat de verantwoordelijkheid voor de zwemvaardigheid van kinderen bij de ouders ligt. Zij zien wel een ondersteunende rol voor de overheid, maar willen dat ouders en scholen een groter deel van de financiën voor hun rekening nemen.

Schoolzwemmen was tot 1985 verplicht. Sindsdien gaan scholen en gemeenten zelf over de organisatie en financiering, wat in veel gevallen heeft geleid tot de afschaffing ervan. In 1990 bood 90 procent van de Nederlandse scholen nog zwemles aan.

STER Reclame