ANP

Noord-Korea voert kernproeven uit, de Verenigde Staten en Rusland investeren miljoenen in de modernisering van hun kernwapenarsenaal en India en Pakistan willen hun voorraden uitbreiden. Het is vandaag de internationale dag van nucleaire ontwapening, maar in plaats van hun nucleaire arsenalen af te bouwen, lijken kernmachten zich vooral bezig te houden met de versterking ervan.

Toch is totale nucleaire ontwapening geen illusie, denkt nucleaire wapendeskundige Sico van der Meer van Instituut Clingendael. "Op dit moment is een wereld zonder kernwapens ver weg, maar het is niet onmogelijk." Van der Meer herinnert aan de afbouw van chemische wapens. "Dat leek ondenkbaar, maar na bijna dertig jaar onderhandelen lukte dat eind jaren negentig toch vrij plotseling."

Verdragen

Er wordt voortdurend onderhandeld over het verminderen van het aantal kernwapens, maar er is nog geen verdrag waarin ieder land zich kan vinden. Het non-proliferatieverdrag uit 1968 is vooralsnog een van de belangrijkste akkoorden.

Daarin is afgesproken dat het aantal kernmachten beperkt zou blijven tot de vijf landen die op dat moment al kernwapens hadden: de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China. Maar dat verdrag kon niet verhinderen dat er inmiddels negen kernmachten zijn. "Pakistan, Israël en India ondertekenden het verdrag niet en Noord-Korea trok zich terug."

Wat is het nut van een verdrag als de kernmachten niet meedoen?

Sico van der Meer, Instituut Clingendael

Afgelopen juli werd op een vergadering van de Verenigde Naties een akkoord gesloten over een verbod op kernwapens. Meer dan 120 landen ondertekenden het verdrag, maar uitgerekend de negen kernmachten onthielden zich van stemming. Nederland was als enige NAVO-lid aanwezig bij de vergadering en stemde, ook als enige, tegen het verdrag. "En dat is niet heel gek. Want wat is het nut als de kernmachten niet meedoen? Er moet een betere oplossing komen", zegt Van der Meer.

Toch is er sinds 1968 flink ontwapend. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog hadden de kernmachten samen zo'n 70.000 kernwapens, op dit moment zijn dat er ongeveer 15.000. 93 procent daarvan is in handen van Rusland en Verenigde Staten.

Een demonstratie in Rotterdam tegen kernwapens in 1966. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog hadden de kernmachten samen zo'n 70.000 kernwapens. ANP

Een afname is er dus, maar landen als China, Rusland en de Verenigde Staten zetten ondertussen flink in op de modernisering van het eigen arsenaal. "Dat gaat niet in tegen de letter van de afspraken van het non-proliferatieverdrag, maar wel tegen de geest", zegt Van der Meer.

'Schone' kernwapens

Die modernisering gaat vooral om de verlenging van de levensduur van kernwapens, zeggen die landen. Maar in praktijk blijft het daar niet bij. "Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe snufjes: kernwapens worden preciezer en schoner gemaakt."

Schonere kernwapens? "Ja, tussen aanhalingstekens", zegt Van der Meer. Zo zouden landen als de Verenigde Staten en Rusland bezig zijn met de ontwikkeling van kleinere kernbommen. "Die moeten niet in een keer een hele stad of regio wegvagen, maar kunnen worden gebruikt om specifieke doelen aan te vallen. Zoals een colonne tanks."

Met kleinere kernwapens wordt de drempel voor de inzet veel lager.

Sico van der Meer, Instituut Clingendael

Dat klinkt misschien minder beangstigend, maar is mogelijk nog gevaarlijker. Het is namelijk niet toevallig dat het tijdens de Koude Oorlog nooit tot de inzet van kernwapens is gekomen. Er geldt mutual assured destruction: gegarandeerde wederzijdse vernietiging.

"Een aanval is een zelfmoordmissie. De landen houden elkaar daardoor in een houdgreep. Maar wanneer er kleinere kernwapens geproduceerd worden, wordt de drempel voor de inzet daarvan veel lager." Daar maakt Van der Meer zich grote zorgen over. "Daar kan een taboe mee doorbroken worden."

Beveiliging

Het gevaar van modernisering zit niet alleen in het ontwikkelen, maar ook in het beschermen van kernwapens. En dan vooral in het hacken daarvan. Het is een onderwerp dat sinds een aantal jaren aan de top staat van de kernwapendiscussie.

Militaire diensten van de kernlanden verzekeren dat kernwapens supergoed beveiligd zijn. Maar hackers zeggen: alles valt te hacken. Zelfs als kernwapens niet verbonden zijn met internet zijn er mogelijkheden. Via de airco of radiosystemen.

De beste bescherming: totale ontwapening, weg met die kernwapens. En dat is ook waar de Verenigde Naties vandaag aandacht voor vraagt. Hoewel het doel dus ver weg lijkt, ziet Van der Meer mogelijkheden.

Nulpunt

De Verenigde Staten en Rusland, verreweg de grootste kernwapenmachten, zullen eerst tot een overeenkomst moeten komen. Zo lang de twee supermachten niet verder afbouwen, zal de rest van de landen zijn kernwapens ook niet opgeven.

Technologische ontwikkelingen spelen een belangrijke rol op de weg naar totale kernontwapening. Er wordt al jaren gewerkt aan een betrouwbare methode om de afbouw van kernwapens te controleren.

Als het de VS lukt om een raketschild te ontwikkelen, dan hebben die bommen nog weinig zin.

Sico van der Meer, Instituut Clingendael

Een andere mogelijkheid is de ontwikkeling van een alternatief voor kernwapens. "Wanneer wapens geproduceerd worden die net zo krachtig zijn, maar minder impact hebben op levens, het klimaat en de wereld, zal dat een belangrijke impuls voor de afbouw zijn."

Ook wijst Van der Meer op de bouw van raketschilden, die een afgevuurde kernbom moeten onderscheppen. "Als de Verenigde Staten, die al jaren met de bouw daarvan bezig zijn, die weet te ontwikkelen, kan de ontwapening in een stroomversnelling raken. Dan hebben die bommen nog weinig zin."

STER reclame