De Troonrede: gewonemensentaal, maar ook gefoefel met 'maar' en 'toch'

ANP
Geschreven door
Guus Dietvorst
redacteur Online

De Troonrede is waarschijnlijk de best beluisterde toespraak van het jaar. Het kabinet presenteert bij monde van de koning zijn visie op de toestand in de wereld en doet nieuwe plannen uit de doeken. Vaak is er veel kritiek op het vage taalgebruik, maar dit jaar valt het best mee. Dat vindt althans Rob Doeve, directeur van Taalcentrum-VU, dat elk jaar de Duidelijketaalprijs uitreikt.

"Het is natuurlijk een mal tekstgenre, maar in het genre is deze tekst best wel acceptabel", zegt Doeve. "Het is wat leesbaarder dan andere jaren." Dat komt mede door de gemiddelde zinslengte. Vorig jaar was dat 17,6 woorden, dit jaar is het 16,2. "Dat gaat echt heel erg de goede kant op."

Zomerkleren

Ook over het begin van de rede is Doeve erg te spreken. "Wij zagen de koning recent ontspannen in zomerkleren op Sint-Maarten en in die context vind ik de eerste alinea heel mooi, je gelooft hem echt."

Op Prinsjesdag zijn alle ogen traditioneel gericht op Den Haag. Maar vandaag zijn ons hart en onze gedachten in de eerste plaats bij de inwoners van Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius, die zo zwaar getroffen zijn door de verwoestende kracht van orkaan Irma. Wij allen leven intens mee. Juist in deze moeilijke omstandigheden wordt de onderlinge verbondenheid in het Koninkrijk zichtbaar.

Het begin van de Troonrede
Koning Willem-Alexander krijgt een rondleiding op de luchthaven van Sint-Maarten ANP

Maar lang niet alles uit de tekst kan Doeves goedkeuring wegdragen. Vooral over de structuur is hij niet te spreken. "Vaak is het: iets moois zeggen en dan vlug 'toch' erin foefelen. Er is altijd iets mooi, er gaat iets goed of we kunnen ergens trots op zijn, maar dan geldt het toch niet voor iedereen."

Drie voorbeelden die de taalexpert noemt:

"En we zien na moeilijke jaren weer een bloeiende economie en een gezonde schatkist. Toch merkt niet iedereen de economische groei voldoende in het dagelijks leven."

"De werkloosheid daalt in hoog tempo tot naar verwachting 4,3 procent volgend jaar. Maar hoe goed alle cijfers en prognoses ook zijn, niet iedereen profiteert daarvan."

"Globalisering is een gegeven waarop we als land moeten inspelen. Veel Nederlanders plukken er de vruchten van. Maar dat geldt niet voor iedereen en niet op alle terreinen."

Directeur Rob Doeve van Taalcentrum-VU

Ook schort het volgens Doeve aan een duidelijke structuur in de hele tekst; de thema's hadden beter geordend moeten worden en er zit veel herhaling in. "Alle ministeries bemoeien zich met zo'n tekst en dat leidt tot een slechte structuur. De koning zal ook weleens denken bij het voorlezen: dat heb ik toch net al gezegd?"

Het feit dat zoveel mensen iets te zeggen hebben over de tekst, leidt tot meer problemen, vindt de taalexpert. Er komen zinnen in te staan die nergens toe dienen. "Van sommige zinnen beslaat je bril toch wel een beetje. Dat zo'n tekstschrijver denkt 'alle ballen op Huntelaar', ik gooi 'm er maar gewoon in en dan zien we wel."

Ook daar heeft Doeve voorbeelden van, met verbeterde versies:

Troonrede: "In een open en internationaal georiënteerde samenleving als de onze is het buitenland altijd een invloedrijke factor."

Doeve: "Voor Nederland is het buitenland altijd ontzettend belangrijk."

Troonrede: "Een verbonden samenleving is bovenal een gedeelde verantwoordelijkheid en een permanente opdracht waarin gezinnen, scholen, verenigingen, kortom wij allen, een eigen en belangrijke rol hebben."

Doeve: "We moeten allemaal ons steentje bijdragen om in dit land met elkaar verbonden te blijven."

De hele Troonrede: Sint-Maarten, economische voorspoed en terrorisme

Overigens denkt Doeve niet dat al dat vage taalgebruik per ongeluk in de tekst belandt. "Er zitten natuurlijk tekstschrijvers achter zo'n speech en die hebben ervoor geleerd. Maar de premier heeft wel het laatste woord. Die maakt de tekst waarschijnlijk bewust wat wolliger. Want niemand mag erover vallen."

Niet alle zinnen uit de rede zijn wollig. Doeve heeft ook twee (bijna helemaal) goede voorbeelden gevonden:

Troonrede: "Goed onderwijs voor alle kinderen is belangrijk en leraren maken daarin het verschil."

Doeve: "Dat is mooie gewonemensentaal, misschien wel een beetje té veel een wervingstekst voor de pabo."

Troonrede: "Er zijn nog steeds mensen die moeite hebben om iedere maand de huur te betalen (...)"

Doeve: "Daar moet je echt niets meer aan doen, maar de zin eindigt helaas als volgt: '(...) of die zich zorgen maken over hun baanzekerheid.'"

En de taalexpert weet nog een groot pluspunt aan de Troonrede van dit jaar. "1675 woorden, tegen 2169 vorig jaar. Dat scheelt bijna 500 woorden, een kwart korter. Dat moet je toch waarderen."