Chickfriend had niet de juiste papieren, maar niemand greep in

Aangepast
Een medewerker van Chickfriend in actie op een pluimveebedrijf Chickfriend
Geschreven door
Ben Meindertsma en Hugo van der Parre
Researchredacteuren

Het bedrijf Chickfriend, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanwezigheid van gif in honderdduizenden eieren, had niet de juiste diploma's om ongedierte te bestrijden, en stond daarvoor ook niet geregistreerd. Ook het middel dat Chickfriend gebruikte, Dega 16, had niet voor het bestrijden van bloedluis gebruikt mogen worden.

Desondanks greep de keurmerkverlener van de eierbranche niet in, blijkt uit onderzoek van de NOS. De reden is dat het keurmerk bloedluis tot nu toe niet beschouwde als ongedierte. Onbegrijpelijk, vindt de branche-organisatie van ongediertebestrijders.

Controles

Nagenoeg alle eieren die in de winkel liggen, komen van pluimveebedrijven die het IKB Ei-keurmerk hebben. Op die manier kunnen supermarkten erop vertrouwen dat de eieren in de winkel onder goede omstandigheden geproduceerd zijn. Volgens toezichthouder IKB Ei is zo'n 90 procent van de 180 getroffen pluimveebedrijven aangesloten bij het keurmerk.

Deze pluimveebedrijven mogen alleen werken met ongediertebestrijders die de juiste diploma's hebben en de juiste chemische middelen gebruiken. Het keurmerk controleert jaarlijks alle bedrijven om te kijken of deze regels worden nageleefd.

Geen opleiding

De eigenaren van Chickfriend hadden niet de wettelijk vereiste opleiding tot bestrijdingstechnicus gevolgd, zo blijkt uit navraag bij het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD). Een opleiding had mogelijk veel leed kunnen besparen. Opleider Erik van Gestel van het KAD: "De insteek van de opleiding is om ongediertebestrijders te leren wat wel en niet mag met een chemisch middel. Juist met als doel om dit soort excessen te voorkomen." Schijnbaar hebben noch het keurmerk, noch de kippenboeren in het openbare register gekeken of de eigenaren wel opgeleid waren.

Chickfriend wordt ervan beschuldigd dat het bij het bestrijden van bloedluis heeft gebruikgemaakt van een middel waaraan het schadelijke fipronil was toegevoegd. Dit middel zelf, Dega 16, was weliswaar legaal, maar mocht niet worden gebruikt voor ongediertebestrijding. Het staat niet geregistreerd als biocide bij het CTGB (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) en niet als diergeneesmiddel bij het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen).

Verschillende supermarkten halen eieren uit de schappen NOS

Woordvoerder Hans van Boven van het CTGB: "Als je als bedrijf claimt dat het een biocide is, dus dat je er ongedierte mee doodmaakt, dan moet het geregistreerd worden voordat het op de markt wordt gebracht. Dat is niet gebeurd." Ook dat hadden het keurmerk en de pluimveehouders zelf kunnen controleren. Sterker nog, voor het bestrijden van bloedluis zijn volgens de boerenbrancheorganisatie LTO maar twee middelen toegestaan: Elector en Byemite.

Geen ongedierte

Maar behalve de wettelijke eisen die voor alle bedrijven gelden, legt IKB Ei voor het keurmerk de lat nog iets hoger voor de aangesloten bedrijven. Zij mogen alleen werken met ongediertebestrijders die geregistreerd staan in het IKB-register voor ongediertebestrijders. Chickfriend stond niet geregistreerd als ongediertebestrijder, en had dus überhaupt niet actief mogen zijn op de bedrijven die onder het keurmerk vallen.

Toch houdt secretaris Ben Dellaert van IKB Ei vol dat het geen steken heeft laten vallen: "In deze regeling wordt vooral gekeken naar hygiëne, dierenwelzijn en traceerbaarheid. Ongediertebestrijding gaat vooral over ratten en muizen, omdat we weten dat die een rol spelen bij het inslepen van ziektes. De regeling gaat tot nu toe niet over bestrijding van vliegen, luizen of in dit geval bloedluizen, eenvoudigweg omdat die behoefte er niet was."

Falend toezicht

De branchevereniging van ongediertebestrijders Platform Plaagdierbeheersing (PLAN) is hoogst verbaasd over de reactie van het keurmerk. Alex Mars van PLAN: "Ongedierte zijn alle dieren die hinder en overlast bezorgen aan mens en dier. Daar valt bloedluis onder."

Volgens Mars is hier sprake van falend toezicht door het keurmerk van de branche. "Als je grootste probleem in de kippensector bloedluizen zijn, en die moet je bestrijden met een chemisch middel, dan vind ik dat je als keurmerk daar ook op moet controleren. Anders klopt er iets niet met je keurmerk. Dan kun je net zo goed het hele keurmerk overboord gooien."

IKB Ei verwacht dat er naar aanleiding van deze zaak in de toekomst mogelijk wel gecontroleerd gaat worden op bloedluisbestrijders. "Daar gaan we het nu zeker over hebben", aldus Dellaert. Op de vraag of de bloedluis binnenkort wel als ongedierte wordt beschouwd, zegt hij: "Dat zou zo maar kunnen."

Geen commentaar

Chickfriend zelf is niet bereikbaar voor commentaar. Uit de algemene voorwaarden van het bedrijf blijkt dat Chickfriend er zelf van overtuigd lijkt te zijn dat het product deugde, en de certificaten in orde waren: "De leverancier garandeert de deugdelijkheid van de door haar geleverde diensten alsmede dat zij zich zal inspannen de overeenkomst met inachtneming van de vereiste certificeringen, uit te voeren."

Wie mag ongedierte bestrijden?

Om ongedierte te mogen bestrijden, moet iemand volgens de wet eerst een opleiding tot bestrijdingstechnicus volgen bij het Kennis- en Adviescentrum dierplagen (KAD). Dat beslaat een aantal dagdelen en kost enkele duizenden euro's.

De betreffende middelen, de biociden, moeten geregistreerd staan bij het CTGB (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Het CTGB toetst het middel en bepaalt waarvoor het wel en niet mag worden gebruikt.

Als je als ongediertebestrijder vervolgens wilt werken op een pluimveebedrijf met een IKB Ei-keurmerk, moet je een certificaat aanvragen bij IKB Ei. Een certificaat kost 800 euro en moet elk jaar vernieuwd worden. IKB Ei controleert of de ongediertebestrijder alle papieren op orde heeft, voordat het bedrijf geregistreerd kan worden.

STER Reclame