Indonesische naaisters sloven op de kleding van Ivanka Trump

In de textielfabriek werken circa 3000 vrouwen Michel Maas / NOS

Nog steeds laten veel bedrijven hun kleding in Indonesië maken, want dat is erg goedkoop. Het minimumloon varieert in Indonesië per provincie, en van al die provincies is het loon in Subang met zo'n 150 euro per maand ongeveer het allerlaagst.

In de Buma Apparel Industry in Subang werken ongeveer 3000 vrouwen. De fabriek heeft enkele prominente klanten. Zo laat Ivanka Trump, de dochter van de Amerikaanse president, hier de kleren voor haar eigen modemerk in elkaar naaien. "America First", roept haar vader dan wel, maar Indonesië is nog steeds gewoon stukken goedkoper.

We stoppen het ene gat met het andere.

Rumsih, een ex-fabriekswerker

In Subang staan verschillende textielfabrieken en allemaal hebben ze eigenlijk maar één doel. "Dat is om de mensen hier zo weinig mogelijk te betalen voor zoveel mogelijk werk", zegt correspondent Michel Maas. "Dat die werkers daar niet van kunnen leven, dat deert de eigenaar niet."

"We lenen opnieuw om onze schuld te kunnen betalen", zegt Rumsih, een ex-fabriekswerker. "En dat betalen we terug met ons loon van de volgende maand. We stoppen het ene gat met het andere."

'America first', maar Indonesië is goedkoper

De mensen die hier wonen, hebben weinig keuze. Ze kunnen op het land werken, of in de textielfabriek. "De meesten kiezen voor de fabriek, want daar is het niet warm", zegt Nira, een van de naaisters in de fabriek. "Op het land is het erg warm."

De fabriekseigenaren weten dat de mensen geen andere keus hebben en betalen daarom de laagste lonen van heel Indonesië. En als het minimumloon omhoog gaat, dan verhogen ze gewoon ook de targets die de naaisters moeten halen, zodat ze nog harder moeten werken.

Moe

Als ze de doelstellingen niet halen, wordt hun leidster boos en moeten ze overwerken zonder daarvoor gecompenseerd te worden. Doen ze dat niet, dan wordt hun loon gekort. "Wij worden zo moe en ze zijn steeds boos op ons", zegt Nira.

Demonstraties zijn er nauwelijks, de vrouwen durven niet te demonstreren omdat ze bang zijn hun baan te verliezen. Volgens de vakbond nemen de fabrieken daarom voornamelijk vrouwen aan, omdat die geen verzet bieden.

Volgens Nira is het enige moment dat ze blij is, het moment dat haar loon binnenkomt. "Dan kunnen we iets voor onze kinderen kopen als we thuiskomen van het werk."