ANP

Het Openbaar Ministerie eist 120 uur werkstraf tegen de drie badmeesters en twee leerkrachten die aanwezig waren in het zwembad in Rhenen toen het 9-jarige Syrische meisje Salam verdronk in september 2015. De vijf verdachten kregen allemaal dezelfde eis te horen.

Volgens de officier van justitie zijn alle verdachten nalatig geweest met hun toezicht op het meisje. Salam sprak geen Nederlands en kon niet zwemmen. Dat hadden de badmeesters en leerkrachten moeten weten volgens het OM.

Het meisje was een paar maanden als vluchteling in Nederland. Ze zat in groep 5 van de basisschool. Samen met haar klas was ze voor schoolzwemmen in zwembad 't Gastland. Na afloop werd ze gevonden op de bodem van het diepe zwembad. Er is geprobeerd haar te reanimeren, maar dat mocht niet baten.

Niet geteld

Klasgenootjes van Salam hebben verklaard dat ze haar na het schoolzwemmen in het diepe zwembad hebben gezien. Volgens het OM hebben de badmeesters en juffen haar toen de les was afgelopen niet meer in de gaten gehouden.

Pas na afloop toen alle kinderen gedoucht en naar buiten waren zou duidelijk zijn geworden dat Salam niet mee was gaan omkleden. De kinderen waren volgens justitie vooraf niet geteld.

'Alleen maar verliezers'

De vijf verdachten zeggen allemaal dat ze goed toezicht hebben gehouden, maar dat is volgens het OM niet gebeurd. De zwemleraar van Salam wist bijvoorbeeld dat ze niet kon zwemmen, maar heeft dit volgens de officier van justitie onvoldoende gedeeld met zijn collega's.

Het OM ziet ook verzachtende omstandigheden. Het benadrukt dat alle verdachten hebben meegewerkt aan het onderzoek en dat ze geen strafblad hebben. "De zaak heeft een grote impact op ze. Er zijn alleen maar verliezers, maar een straf is wel op zijn plaats." De officier zei dat deze zaak laat zien dat je als begeleider continu toezicht moet houden.

STER reclame