Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Ze werken nu als inspecteur-generaal, voorzitter van een raad van bestuur van een ziekenhuis of medisch directeur. Tientallen mensen die ooit zijn opgeleid als arts, maar nooit meer bij een patiënt aan het bed staan, zitten dit weekend weer met hun neus in de studieboeken.

Komende woensdag moeten ze aantonen dat ze de titel arts nog waard zijn. Dan moeten ze een groot examen doen waarin hun vakkennis wordt getoetst. Wie zakt en ook de herkansing niet haalt, raakt zijn artsentitel kwijt.

Alle basisartsen in Nederland staan geregistreerd in het BIG-register. Daar staan 350.000 mensen in. Het maakte lang niet uit of ze nog in de praktijk werkten en bijscholing kregen, want ze kregen hun titel voor het leven. Het register raakte hierdoor vervuild, zeiden critici.

20 jaar

Daarom moest het op de schop vond het ministerie van Volksgezondheid al in 1997. Uitgangspunt is dat mensen alleen als arts mogen werken als ze relevante ervaring hebben, op de hoogte zijn van de nieuwste behandelmethoden en ontwikkelingen en over bewezen kwaliteit in het vak beschikken. Maar hoe meet je dit? Daarover is lang gesteggeld. Nu, pas 20 jaar later, is men het erover eens.

EPA

Voor artsen die ten minste acht uur per week in de praktijk werken, is er geen probleem. Als ze dit kunnen aantonen, behouden ze hun titel. Alle artsen die niet meer aan het bed staan, moeten drie examens maken, woensdag is het eerste. Zo'n 33.000 basisartsen zijn hiervoor opgeroepen.

Opgeschoond

En dat blijkt nog een flinke kluif. Op internet staan proefexamens en zonder studeren lijkt een voldoende onhaalbaar. Zo kan het dat sommige van de hoogste bazen in de zorg, met al hun ervaring en werkweken van soms wel 80 uur, nu weer volop studeren. Dit is het laatste weekend om dat te doen.

Op 1 januari 2018 moet het BIG-register voor basisartsen zijn opgeschoond. Dan hebben alle artsen die erin staan ook echt de juiste vaardigheden om patiënten te behandelen.

STER reclame