Minister: politie moet bij opgeslagen dna uit ziekenhuis kunnen

ANP

Politie en justitie moeten toegang kunnen krijgen tot lichaamsweefsel van verdachten dat in ziekenhuizen is opgeslagen. Dat wil demissionair minister Schippers. Het gaat bijvoorbeeld om dna-materiaal dat is opgeslagen na bloedprikken bij de huisarts of een uitstrijkje in het ziekenhuis.

Volgens het Rathenau-instituut hebben biomedische databanken in Nederland vijftig miljoen stukjes weefsel opgeslagen, afkomstig van veertien miljoen mensen. Als het aan Schippers ligt, kan dat materiaal straks gebruikt worden om te onderzoeken of het overeenkomt met dna-materiaal dat is gevonden na een misdrijf.

De maatregel maakt onderdeel uit van een wetsvoorstel dat de privacy van mensen over het algemeen moet verbeteren als er lichaamsmateriaal van ze wordt opgeslagen. Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor strafrechtelijke onderzoeken.

Spoorloos of overleden

Volgens Schippers zijn daarvoor strenge voorwaarden; zo kan het materiaal alleen worden opgevraagd als de verdachte spoorloos is of al is overleden, en begraven of gecremeerd. Ook mag de politie niet zomaar in de databanken struinen: pas als de politie een verdachte heeft, mag worden gecontroleerd of er een match is. Dat kan bovendien enkel bij ernstige misdrijven, zoals seksueel misbruik, doodslag en moord.

In 2011 probeerde Schippers het plan ook al in te voeren, maar dat veroorzaakte veel zorgen over privacy. De voorwaarden zijn nu aangescherpt: zo moet een rechter-commissaris toestemming geven als de politie bij gegevens van een verdachte wil, en die moet zich bovendien laten bijstaan door een deskundigencommissie die de aanvraag afweegt.

Volgend kabinet

Desondanks wordt er ook nu bezorgd gereageerd. Burgerrechtenorganisatie Privacybarometer tekent aan dat verzameld lichaamsmateriaal nooit voor opsporing is bedoeld en daarvoor niet zou mogen worden gebruikt. Volgens het kabinet wordt de privacy van pati├źnten beter beschermd, omdat voor het eerst expliciet zou worden vastgelegd wat wel en niet mag.

Het gaat om een plan dat ter consultatie is aangeboden; geïnteresseerden kunnen tot 23 juni reageren. Een volgend kabinet zal daarna moeten beslissen of en hoe de wet er komt, waarna het parlement zich er over moet buigen.