'Het dna-tijdperk betekent dat je cold cases weer kunt opwarmen'

Aangepast
ANP

De politie pakte deze week een man op die verdacht wordt van een aantal moorden op prostituees in Rotterdam in de jaren 80 en 90. Een speciaal coldcaseteam stuitte op de man via dna van een familielid tijdens een zogeheten dna-verwantschapsonderzoek. De verdachte was nog niet eerder in het politieonderzoek naar voren gekomen.

Emeritus-hoogleraar strafrecht Theo de Roos vindt het best bijzonder dat de onderzoekers op een nieuwe verdachte zijn gekomen. "Maar de zaak is niet rond met een dna-match", vertelt hij. "Stel dat je zo'n match hebt, maar dat de verdachte zwijgt en verder niets hebt, dan is het maar de vraag of het zal komen tot een veroordeling."

Dertig jaar geleden werd er toch eerder gedacht: het zij zo.

Emeritus-hoogleraar strafrecht Theo de Roos

Volgens De Roos krijgen oude zaken wel steeds meer kans door nieuwe technieken. "Vroeger was het zo, dat als een moord dertig jaar geleden was gebeurd er vaak toch gedacht werd: het zij zo. Mensen berustten er eerder in. Door de technologische vooruitgang wordt er zo nu en dan jaren na dato alsnog een zaak opgelost. Het dna-tijdperk betekent dat je cold cases weer kunt opwarmen."

Sinds 2012 mag er bij de forensische opsporing dna-verwantschapsonderzoek worden gedaan. In de database staan nu 250.000 mensen en jaarlijks komen daar 25.000 bij, zegt dna-deskundige Arnoud Kal van het NFI.

Dna-verwantschaponderzoek?

Bij dna-verwantschapsonderzoek wordt door middel van het vergelijken van dna-profielen nagegaan of personen aan elkaar verwant kunnen zijn. Civiel-dna-verwantschapsonderzoek gebeurt al heel lang, bijvoorbeeld in de vorm van een vaderschapsonderzoek om alimentatiegeschillen te beslechten. 

Ook het NFI doet dna-verwantschapsonderzoek voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in het kader van gezinsherenigingsverzoeken. Sinds 2012 mag de techniek ook gebruikt worden bij vermissingszaken en strafrechtzaken. (Bron: NFI)

Volgens Kal is het daarom ook interessant om verdachten na een paar jaar opnieuw door de database te halen. In het geval van de verdachte van de Rotterdamse 'tippelmoorden' was zijn dna in 2012 al gecheckt, maar kwam de bevestiging pas in 2015, toen hij opnieuw werd ingevoerd. 

Het NFI wil niet zeggen dankzij welk familielid de verdachte is gevonden.

Verdachten gevonden

In totaal is er nu zo'n dertig keer een verwantschapsonderzoek gedaan, wat drie hits heeft opgeleverd. Of vier als je de moord op Marianne Vaatstra in 2013 meerekent.

Daarbij werd een match gevonden nadat moordenaar Jasper S. vrijwillig dna had afgestaan, na een oproep aan mensen in de buurt om dna in te leveren. Het was de eerste keer dat het zo grootschalig in een onderzoek werd gebruikt.

Niet alleen het verwantschap-onderzoek levert de gouden sleutel voor een cold case. Soms kan een dna-match ook leiden tot een bekentenis. Zoals bij de Posbankmoord bij Rheden, waarbij het dna van de dader bij een heel ander misdrijf boven kwam drijven.

In oktober werd een man opgepakt die heeft toegegeven dat hij verantwoordelijk was voor de dood van de schilder Alex Wiegmink, die verdween tijdens een rondje hardlopen in 2003.

Een gedenkteken in natuurgebied de Posbank bij Rhenen waar in 2003 Alex Wiegmink verdween tijdens een rondje hardlopen ANP

STER Reclame