Nieuw onderzoek: mogelijk toch gevaarlijke stoffen in kunstgraskorrels

ANP

Er zitten mogelijk meer gevaarlijke stoffen in de rubbergranulaatkorrels die gebruikt worden op kunstgrasvelden, dan tot nu toe werd gedacht. Wetenschappers aan de Vrije Universiteit hebben zebravisjes en hun embryo’s blootgesteld aan water waarin rubberkorrels hebben gelegen. De embryo’s stierven binnen vijf dagen en de visjes vertoonden gedragsverandering. 

Dat meldt het televisieprogramma Zembla vanavond in zijn uitzending. Volgens het RIVM is het nog veel te vroeg om conclusies te verbinden aan het onderzoek.

Meer stoffen

In december concludeerde het RIVM dat sporten op kunstgras met rubbergranulaatkorrels veilig en verantwoord is. Eén van de dingen die de onderzoekers van de VU naar eigen zeggen ontdekten, is dat er meer stoffen vrijkomen uit het rubbergranulaat dan alleen de zogeheten PAKs (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en metalen, waar het RIVM vooral onderzoek naar heeft gedaan. Welke stoffen dat zijn moet nog worden onderzocht, maar volgens de onderzoekers staat vast dat de embryo's in hun onderzoek niet zijn overleden door blootstelling aan de PAKs of metalen.

Volgens professor Jacob de Boer, onderzoeksleider en hoogleraar milieuchemie en toxicologie aan de VU, toont het ook aan dat het gaat om serieuze hoeveelheden gevaarlijke stoffen die vrijkomen. Het RIVM concludeerde in december dat schadelijke stoffen "in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrijkomen" omdat de stoffen min of meer in het granulaat zijn 'opgesloten'. Volgens De Boer laat zijn onderzoek zien dat dat niet klopt.

Onderzoek op zebravisjes toont aan: kunstgras mogelijk toch gevaarlijk

De Boer maakt zich ook zorgen over gedragsverandering die de onderzoekers zagen bij zebravislarven. De jonge visjes werden hyperactief na zwemmen in het vervuilde water. "Dit is een effect waar je absoluut verder naar moet kijken. Je ziet het voor je ogen gebeuren. Dan is er iets aan de hand", aldus De Boer. Volgens de hoogleraar zijn de resultaten van de zebravisstudie een indicator voor mogelijke gezondheidseffecten bij mensen, maar is er meer onderzoek nodig om daar conclusies aan te verbinden.

Het RIVM zegt het onderzoek serieus te nemen, maar ziet geen aanleiding om nieuw onderzoek te doen. Volgens RIVM-directeur Els van Schie gaat het om een "paar testjes", waar geen enkele conclusie aan te verbinden is. Ze stelt dat er meer kwantitatief onderzoek nodig is om echt iets te zeggen over de gezondheidseffecten voor de mens. 

"Het onderzoek geeft nieuw inzicht, maar het inzicht is onduidelijk omdat we niet weten om welke stoffen het gaat en in hoeverre de situatie in de proef relevant is voor de blootstelling voor de mens", zegt Van Schie.  

Onderzoeker De Boer raadt niettemin sporten op rubberkunstgrasvelden af: "Ik zou het zelf niet doen. Ik ben er erg terughoudend in, gewoon om wat je hier ziet."

Het onderzoek

De VU-onderzoekers hebben monsters genomen van rubberkorrels van acht voetbalvelden in Amsterdam. De korrels hebben zeven dagen in water gelegen. Omdat het water te zwart was om te gebruiken, is het gecentrifugeerd tot een helder extract. Veertig zebravisembryo’s zijn 24 uur blootgesteld aan het gecentrifugeerde water. Ze gingen allemaal binnen vijf dagen dood. Larven van de visjes vertoonden hyperactief gedrag. De larvenvissen in de controlegroep, die in gewoon water zwemmen, gedroegen zich normaal. Zebravissen worden wereldwijd als proefdieren gebruikt in wetenschappelijke studies naar gezondheidseffecten bij mensen als gevolg van blootstelling aan chemische stoffen.   

Nieuwe norm 

De Nederlandse bandenrecyclaars hanteren vanaf 1 maart een strengere norm voor de hoeveelheid PAKs die in rubbergranulaatkorrels mogen zitten. 

De norm is volgens de branche in lijn met het onderzoek van de RIVM uit december. Producenten van de rubberkorrels krijgen het verplichte certificaat als zij de richtlijn volgen, zodat sporters weten dat zij spelen op veilige velden. Volgens onderzoek in opdracht van de branche voldoen bijna 99 procent van de kunstgrasvelden in Nederland al aan de nieuwe norm.