Dordtenaar bij dijkdoorbraak: wij gaan gewoon naar zolder

Het oude centrum van Dordrecht Martijn Bink / NOS
Geschreven door
Marc Hamer
Verslaggever

Geen angst, wel voorbereid. Vraag mensen op straat in het centrum van Dordrecht wat te doen als de dijken breken en ze reageren heel nuchter: "Naar zolder. Ik heb een noodrantsoen voor drie-vier dagen. Daar red ik het wel mee."

De bewoners van Dordrecht weten waar ze het over hebben. Bij de watersnoodramp die plaatsvond in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 liep de binnenstad onder water. "Het water stond hier ongeveer een meter hoog", vertelt wethouder Piet Sleeking al wandelend door de oude binnenstad. "Dit gebied ligt buitendijks, dus buiten de primaire waterkeringen. In 1953 had het water vrij spel hier."

'Plasje in de gang'

Maar het water klotste ook over de dijken heen, weet een vrouw die met haar man boodschappen aan het doen is in de stad zich te herinneren: "Ik woonde op de Sluisweg en daar kwam het water zo van die dijk af stromen, maar het ging zo langs ons huisje heen. Wij hadden alleen een plasje in de gang."

Watersnoodramp 1953. Ter hoogte van de hoge bakstraat en sluisweg zijn de straten vernield ANP

Dordrecht heeft geluk gehad in 1953; de dijken hielden het. Mede omdat in omringende gebieden de dijken het wel begaven, zakte het water. Maar of Dordrecht bij een volgende ramp weer zo veel geluk heeft is de vraag. 

Wat de impact zou zijn als een dijk het wel begeeft heeft de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid onderzocht. Het Eiland van Dordrecht is het eerste gebied waar zo'n impactanalyse is gemaakt. De andere gebieden van ons land volgen dit jaar.

Dordrecht is kwetsbaar bij een dijkdoorbraak

Wat onmiddellijk opvalt in de analyse is dat slechts 15 procent van de bevolking naar elders geëvacueerd kan worden. Dat betekent dat zo’n 100.000 mensen op het eiland zelf een droge plek moeten vinden.

"We zijn er ook op uit op van het eiland een zelfredzaam eiland te maken", reageert wethouder Sleeking. "We gaan kijken waar op het eiland veilige plekken zijn waar de mensen naar toe kunnen gaan. Of er gebouwen zijn die boven het water uit blijven steken en waar men enige tijd kan blijven."

"Dat alles is beter dan dat mensen massaal op de vlucht slaan. Want dan zal er toch een enorme chaotische toestand ontstaan waarbij iedereen alleen maar vast komt te zitten."

Wethouder Piet Sleeking Martijn Bink / NOS

Op straat is men niet echt verbaasd dat waarschijnlijk 100.000 mensen moeten achterblijven in ondergelopen gebied. "Dat klopt", zegt de man van het winkelende echtpaar. 

"Daar ging ik al van uit gezien de vluchtwegen vanaf het eiland. We hebben een tunnel, nou die gaat ook onder water. En die paar bruggen zijn niet voldoende. Dus wij gaan gewoon naar zolder, daar komt het water net niet". 

Toch is zijn vrouw er niet helemaal gerust op, maar de man benadrukt: "Echt, we zitten daar op vier meter. We zitten daar veilig met ons noodrantsoen. Niet ongerust zijn, we kunnen vannacht echt rustig slapen."