NOS Nieuws Buitenland Aangepast

Noord-Afrikaanse asielzoekers in Duitsland amper uitgezet

AFP

Duitsland heeft vorig jaar meer dan 8000 asielaanvragen van Noord-Afrikanen afgewezen, maar kon slechts 368 asielzoekers daadwerkelijk uitzetten. Dat is minder dan 5 procent.

Na de aanslag in Berlijn staan de moeilijkheden bij de uitzettingen volop in de schijnwerpers. De regering wil nu op ontwikkelingshulp korten als de landen van herkomst niet meewerken aan het terugnemen van hun burgers.

De asielaanvraag van de aanslagpleger in Berlijn was afgewezen. Anis Amri zat in de zomer van 2016 ook al eens in een uitzetcentrum, maar Tunesië kwam maar niet met de vervangende identiteitspapieren over de brug. Die kwamen pas twee dagen na de aanslag. 

Merkel zei hier kort na de aanslag al over: "Ik heb de Tunesische president gezegd dat we de uitzettingsprocedure drastisch zullen versnellen en ook dat we het aantal uitgezette personen gaan verhogen."

Geen papieren meer

Op dit moment zijn er in totaal zeker 160.000 afgewezen asielzoekers in Duitsland, die een zogenoemde gedoogstatus hebben gekregen. Soms zijn ze te ziek om uit te zetten, of is hun leven in gevaar als ze zouden worden teruggestuurd. 

Veruit de meesten hebben volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken geen identiteitspapieren en wachten nog op vervangende papieren uit hun thuisland. Of het thuisland weigert ze eenvoudig terug te nemen.

Drie weken na de aanslag liggen er nu concrete plannen om landen die weigeren hun onderdanen terug te nemen onder druk te zetten. Het korten van de hulp is een mogelijkheid. Ook zal het makkelijker worden om afgewezen asielzoekers in detentie te houden als ze een gevaar voor de samenleving zouden zijn. 

Zo'n 550 mensen worden door de inlichtingendiensten in de gaten gehouden. Enkele tientallen daarvan zijn afgewezen asielzoekers, net als Amri. Als deze mensen worden aangehouden, kunnen ze straks maximaal anderhalf jaar worden vastgehouden.

Makkelijker uitzetten

Maar op andere vlakken loopt het niet zo soepel. Een wet die Algerije, Marokko en Tunesië tot veilige landen verklaart, werd vorig jaar mei al aangenomen door de Bondsdag. Hierdoor moet de asielprocedure voor Noord-Afrikanen aanzienlijk worden verkort en het uitzetten vergemakkelijkt. Eenzelfde wet voor de Balkanlanden leidde tot een flinke terugloop van het aantal asielzoekers uit die regio. Maar in de Bondsraad (de Duitse Eerste Kamer) wordt die wet geblokkeerd door de Groenen. 

Ook het overleg met Noord-Afrikaanse regeringen over deze problemen verloopt moeizaam. Begin 2016 reisde minister De Maizière van Binnenlandse Zaken af naar de regio om afspraken te maken. Met de Tunesische president sprak hij af dat hij chartervluchten met per keer 25 afgewezen Tunesiërs zou mogen sturen. Maar die vliegtuigen bleven half leeg. Uiteindelijk zijn er maar vijf vluchten met aan boord twaalf Tunesiërs vertrokken. 

Niet meewerken

Een anonieme bron bij het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse Zaken gaf aan zender Ntv onlangs een verklaring voor de vertraging. Hij zei dat vooral het achterhalen van de identiteit veel tijd kost. 

Een groot deel van de Marokkanen heeft zijn pas weggegooid en gezegd dat ze Syriër zijn, om zo hun kans op een verblijfsvergunning te vergroten. Ook werken afgewezen asielzoekers niet altijd mee aan hun terugkeer. Zo komen ze vaak niet opdagen bij de gesprekken met consulaire medewerkers in Duitsland. 

De minister van Binnenlandse Zaken heeft zijn collega's in de deelstaten opgeroepen dat verzuim aan te pakken.

STER reclame