Steeds minder mensen bakken zelf oliebollen

Hollandse Hoogte
Geschreven door
Jeroen Schutijser
Verslaggever economie

Te veel moeite, te veel gedoe, te veel stank in huis; het aantal mensen dat zelf oliebollen bakt, vertoont al jaren een dalende trend. Volgens marktonderzoeker GfK ging vorig jaar bijna 20,5 procent van de huishoudens hiervoor de keuken in. In 2007 lag dat percentage nog boven de 23.

De daling van het zelf oliebollen maken gaat langzaam, maar wel gestaag. "Het past natuurlijk helemaal in de trend van gemak. Zelf maken is toch een hoop gedoe. Daarbij worden gezinnen steeds kleiner. Dat heeft er ook mee te maken", zegt een woordvoerder van GfK.

Overigens: 30 procent van de bevolking zegt sowieso thuis geen oliebol of appelbeignet aan te raken. 20 procent bakt dus zelf, 50 procent koopt deze oudejaarsversnaperingen bij de bakker, bij de kraam op de hoek of in de supermarkt. Het aantal kopers steeg sinds 2007 van 44 naar 50 procent. 

Schattingen

Hoeveel bollen de Nederlanders in totaal verorberen, is onduidelijk. De schattingen lopen nogal uiteen, van 50 tot 100 miljoen. Er zijn duizenden verkooppunten en geen instantie heeft een goed overzicht.

Koopmans, marktleider in bakproducten, houdt het in ieder geval op 55 miljoen zelfgemaakte oliebollen. Dat is dus grofweg de consumptie van 20 procent van alle huishoudens. En dan nog die 50 procent die bij de bakker koopt: "Misschien ligt het aantal oliebollen in totaal dan wel tegen de 100 miljoen stuks", zegt Geertjan Vorstenbosch van Koopmans.

Volgens Vorstenbosch hoort de bol echt bij Nederland. "In Portugal en Spanje eten ze ook wel zoiets, maar niet in die enorme volumes als bij ons."

Vet in riool

De fabrikant krijgt jaarlijks honderden telefoontjes en mails van Nederlanders in het buitenland die vragen hebben over hoe in de VS, Canada en Australië aan oliebollen te komen. "Mensen sturen ook foto's, dat ze oliebollen bakken op een strand in Thailand bijvoorbeeld. Dat is toch ontzettend grappig."

Wat niet grappig is: van de 5 miljoen liter frituurvet die huishoudens gebruiken voor de oliebol, komt een fors deel in het riool terecht. Volgens cijfers van de MVO (organisatie oliën en vetten) wordt 1 miljoen liter ingezameld, de rest komt bij de vuilnis of wordt door de wc of de gootsteen gespoeld. "Ja, da's jammer. Vet hoort niet thuis in het riool", zegt Rob Hermans van Rioned.

Waar laat je het oliebollenvet?

Gemeenten en waterschappen zijn jaarlijks circa 30 miljoen euro kwijt om verstoppingen van het riool en storingen bij bijvoorbeeld de waterzuivering te verhelpen. Oorzaak: gestold vet.

Hermans: "Jaarlijks hebben we een miljoen verstoppingen bij particulieren thuis, gemalen raken verstopt, de zuiveringsinstallaties moeten extra hard werken. Er zijn dus mensen die het vet door de wc spoelen. Daarbij zijn er heel veel consumenten die gewoon toegeven dat ze ook kleine restjes doorspoelen: vet van een braadpan, een bakje olijven. Dat is bij elkaar heel veel vet en dat gaat aankoeken."

Biobrandstof 

De MVO is weer een campagne begonnen waarin mensen wordt geadviseerd gebruikte olie in te leveren bij de gemeentestort of een ander inzamelpunt. 

Gebruikt vet krijgt dan een tweede leven als biobrandstof. "Zo gebruiken we minder fossiele olie en vermindert de uitstoot van koolstof", zegt een MVO-woordvoerder. "Wat sommige mensen nog niet weten: wie een dieselauto heeft, tankt nu al ongemerkt biodiesel bij de pomp. Als alle oliebollenbakkers hun gebruikte olie zouden inleveren, levert dat genoeg biodiesel op om ruim duizend keer de wereld rond te kunnen rijden."