Dijsselbloem: populisme veroorzaakt door bankencrisis

Aangepast
ANP

De schade aan de economie als gevolg van de bankencrisis is de belangrijkste reden voor de opkomst van het populisme in Europa, naast migratie. Dat zegt minister Dijsselbloem van Financiën in het Financieele Dagblad. Volgens hem leidde de financiële crisis tot "een totale ontwrichting van vertrouwen van mensen, pensioenen van mensen en werkgelegenheidsperspectief". Dat is een vruchtbare voedingsbodem voor het populisme gebleken, aldus Dijsselbloem.

De minister zei in het radioprogramma Kamerbreed dat er tijdens de financiële crisis alleen al in Europa 4000 miljard euro in de banken is gepompt. Volgens hem zijn veel mensen het vertrouwen kwijt in de overheid, die veel had kunnen voorkomen.

Het populisme wint de laatste tijd aan populariteit. Dat is af te lezen aan de uitkomst van het brexit-referendum en de keuze voor Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten. In Nederland doet de PVV het al een tijdje goed in de peilingen, terwijl Dijsselbloems PvdA is weggezakt naar elf tot dertien zetels.

Verlammende greep

"Ik denk dat we een aantal problemen in Nederland veel eerder hadden moeten aanpakken, maar dat geldt voor vrijwel alle partijen die hebben geregeerd", zei de minister. Volgens hem hielden politici elkaar te lang in een verlammende greep. "Toen de crisis toesloeg, was het een slecht moment om veranderingen door te voeren, zoals in de zorg. Dat hadden we vanwege de rap stijgende zorgkosten eerder moeten doen, maar we konden het toen niet meer uitstellen", aldus Dijsselbloem.

Dijsselbloem kreeg als voorzitter van de eurogroep internationale bekendheid door zijn aanpak van de bankencrisis in Europa, waaronder die in Cyprus. De probleembanken daar werden gered zonder publiek geld. Aandeelhouders, obligatiehouders en spaarders betaalden er het gelag.

Bankiers zijn onder de tafel gekropen, begrijpelijk vanwege de storm. Maar er komt een moment dat ze er weer onder vandaan moeten.

Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën

De minister bemoeide zich ook met de financiële sector in Nederland. Zo kwamen banken, waaronder ABN Amro, onder zijn voorganger Wouter Bos in staatshanden terecht. Hij noemt die interventie volstrekt terecht. Dijsselbloem bracht ABN Amro en ASR terug naar de beurs.

Vanwege die interventie kwam Dijsselbloem in botsing met de top van ABN omdat hij een afspraak over een salarisverhoging van een ton niet nakwam. Volgens de minister zijn de beloningsverschillen niet meer te verdedigen. "De top verhoudt zich dan niet meer met mensen onderin de organisatie."

Volgens Dijsselbloem zien bankiers populisme als een zaak voor politici, maar hij vindt dat CEO's juist een positie moeten innemen in het maatschappelijk debat als ze het vertrouwen van de mensen willen terugwinnen. "Bankiers zijn onder de tafel gekropen, begrijpelijk vanwege de storm. Maar er komt een moment dat ze er weer onder vandaan moeten."

STER Reclame