'Onderzoek ADHD-medicijnen betekent niet dat slikken geen zin heeft'

Aangepast
Wikipedia

Het slikken van medicijnen tegen ADHD heeft op de langere termijn geen invloed op het gedrag of de hersenen van kinderen. Die conclusie die hersenonderzoekster Lizanne Schweren van het UMCG trekt in het onderzoek waarop ze op 14 december hoopt te promoveren, roept uiteenlopende reacties op. 

Joli Luijckx van Balans, een landelijke vereniging voor ouders met kinderen met ontwikkelingsstoornissen, waarschuwt dat voorzichtigheid geboden blijft met ADHD-medicijnen. "Het is erg belangrijk dat medicijnen alleen worden voorgeschreven in overleg met een deskundige en niet zomaar via een huisarts. Het behandelen van ADHD is maatwerk. Medicijngebruik moet gedoseerd worden en de effecten regelmatig gemeten, de dosering moet vaak aangepast worden met de tijd. Behalve medicijnen speelt gedragstherapie een belangrijke rol. Meestal geeft een combinatie de beste werking. Ieder kind is anders."

Vraag

Bij Cathelijne Wildervanck van ADHD Nederland, een centrum dat patiënten begeleidt en coacht en zorgverleners daarvoor opleidt, roep het onderzoek meteen de vraag op of patiënten wel beter af zijn met medicijnen. “Als het medicijngebruik geen langetermijneffect heeft en je een 18-jarige met het zelfde resultaat ziet, met en zonder medicijnen, dan zou je toch niet hoeven slikken?”

De vraag die ze opwerpt ligt voor de hand, want ADHD Nederland is op voorhand geen voorstander van medicijngebruik bij ADHD. “Medicatie levert wel direct ‘gewenst gedrag’ op. Maar mensen voelen zich op de lange termijn tekortschieten. Dat is de gevolgschade van medicijngebruik: mensen voelen zich minderwaardig omdat ze alleen kunnen ‘functioneren met een pilletje’” ADHD Nederland bepleit gedragstherapie.

Geen tegenspraak

"Dat je na zes jaar geen verschil ziet in gedrag en in de hersenen van kinderen met ADHD die medicijnen hebben geslikt en kinderen met ADHD die geen medicijnen hebben geslikt, vond ik de meest opmerkelijke uitkomst van mijn onderzoek", zegt Lizanne Schweren. "Na zes jaar zie je geen verschillen tussen die twee groepen in de MRI-scans. Er is dus geen blijvend effect van die medicijnen. Maar dat zegt niets over hun effect op het moment dat je ze inneemt. Er is onomstotelijk vastgesteld dat er dan een effect is."

Schweren ziet geen tegenspraak tussen dat effect op de korte termijn en het ontbreken van een effect op de langere termijn. "Van een bril heb je ook alleen voordeel als je die draagt, maar na zes jaar zijn je ogen niet opeens beter geworden. En hetzelfde geldt ook voor hardlopen. Als je een jaar lang dagelijks een rondje loopt dan heeft dat een bepaald effect op je. Stop je er daarna weer mee, dan zie je na een tijd dat effect niet meer."

STER Reclame