ANP

Basisscholen hebben weinig vertrouwen in het meldpunt voor kindermishandeling. Dat blijkt uit onderzoek van het onderzoeksplatform Reporter 2021. De resultaten zijn vanavond te zien in het televisieprogramma De Monitor. Jaarlijks worden naar schatting 120.000 Nederlandse kinderen mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt.

De helft van de basisscholen vindt dat het meldpunt niet goed werkt. Slechts 20 procent zegt duidelijk verbetering te zien bij een kind als ze een melding hebben gedaan bij het meldpunt Veilig Thuis. Scholen spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van kindermishandeling, omdat zij de kinderen vijf dagen per week zien.

Hoge drempels

Toch komt maar 11 procent van de meldingen van scholen. Veel scholen geven in het onderzoek aan dat ze hoge drempels ervaren om een melding te doen. De scholen vinden ook dat het vaak lang duurt voordat er iets gebeurt met een melding, ook als het gaat om een situatie waarin een kind acuut in gevaar is.

Zo merken veel scholen dat ze niks terughoren en dus niet weten wat er met een melding wordt gedaan. Dat terwijl Veilig Thuis wettelijk verplicht is om een terugkoppeling te doen naar docenten die een melding doen.

Decentralisatie

De verantwoordelijkheid voor de aanpak van kindermishandeling ligt sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in januari 2015 bij de 390 gemeenten. Zij zijn verplicht een meldpunt in te richten, die zijn ondergebracht bij 26 regionale Veilig Thuis-afdelingen. De voorzitter van het netwerk is verrast door de uitslag.

De PO-raad, de belangenorganisatie voor schoolbesturen, herkent de uitslag wel. Veilig Thuis functioneert volgens de PO-raad niet goed. De samenwerking met de politie, wijkteams en het onderwijs moet worden verbeterd, zegt de raad.

STER reclame