Minister Dijsselbloem loopt langs 'nee-kamp'op het Plein in Den Haag (april 2016) NOS / Inge Hoogendoorn
NOS Nieuws Binnenland Aangepast

Tegenstem Oekraïne-referendum kwam niet door afkeer van EU

Nederlanders die bij het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne tegen stemden, deden dat niet omdat ze zich wilden uitspreken tegen de Europese Unie. Dat blijkt uit het Nationaal Referendum Onderzoek (.pdf). 

Bij het referendum in april stemde 61 procent van de kiezers tegen het verdrag. Volgens de onderzoekers stemden verreweg de meeste mensen 'nee' omdat zij bang waren dat Oekraïne een stap richting toetreding tot de EU zou zetten. Ook stemden zij tegen omdat ze samenwerking met Oekraïne niet zagen zitten vanwege de corruptie in dat land. Hoewel onvrede over de Nederlandse economie en migratie volgens het onderzoek een rol hebben gespeeld bij de stemkeuze, waren opvattingen over het verdrag belangrijker.

Na het referendum is vaak verondersteld dat veel Nederlanders zich tegen 'Brussel' hadden uitgesproken. Voor het onderzoek zijn 2500 kiesgerechtigden ondervraagd. Slechts 7,5 procent van de tegenstemmers zei voor 'nee' te kiezen om de EU dwars te zitten. Volgens het onderzoek gaat het te ver om een nee-stem uit te leggen als een uiting van wantrouwen tegen de Nederlandse regering of de EU.

Kiesdrempel

"Het lijkt er sterk op dat de kiezer oprecht heeft geprobeerd de vraag op het stemformulier te beantwoorden", zegt onderzoeker Kristof Jacobs van de Radboud Universiteit in Trouw. Uit het onderzoek blijkt verder dat de uitkomst van het referendum ook negatief was geweest als de 'strategische thuisblijvers' wel waren gaan stemmen.

Slechts 2,5 procent van de kiesgerechtigden bleef thuis in de hoop dat de kiesdrempel (opkomst van 30 procent) niet zou worden gehaald. Ook als er een stemplicht had gegolden, was de uitslag ongeveer hetzelfde geweest: er bleven net zo veel voor- als tegenstanders thuis. 

Mensen die 'ja' stemden, deden dat vooral omdat zij de bevolking van Oekraïne wilden steunen (37,7 procent). Een kleiner deel van de voorstemmers hoopte dat door het verdrag de handelsrelaties zouden verbeteren (21 procent).

STER reclame